Hey!
Nou, ik sta erbij hoor! Bij deze even de vluchtgegevens voor de volgende crewchange. Als het weer goed genoeg is voor de choppers, dan ga ik dinsdag mee naar de wal, vanaf de heliport met de bus naar new orleans. Dan met het vliegtuig naar memphis, en vanaf memphis naar het oude vertrouwde amsterdam, en wel met vlucht KL 6058. Als alles volgens plan gaat, dan komen we de 16e om 11.10 aan. Ik zeg als, omdat de crewchange vorige week een dag moest worden uitgesteld. In verband met slecht weer vlogen de helikopters niet uit. Hopelijk hebben wij niet ook die pech, ik ga er niet vanuit. Als er meerdere vluchten zijn (afhankelijk van het aantal personen gaan er meerdere keren heli's heen en weer), dan zit ik sowieso op de eerste. Hahaha, even mooi geregeld met de radio operator....
Zou leuk zijn weer wat bekende gezichten te zien! Heb een hoop te vertellen en wil ook weer een hoop ' normale' dingen gaan doen. Als je het leuk vindt, moet je me vooral op komen wachten op schiphol!
Tot over een paar dagen...
-Bob
zaterdag 12 juli 2008
woensdag 25 juni 2008
De laatste loodjes
Zo, het is alweer ruim een maand geleden sinds het laatste bericht. Dat wordt dus weer eens tijd. Ik ben inmiddels als weer een paar weken aan boord van de Thialf. Was na een week of 2,5 al klaar met de nautische opdrachten en verslagen op de Husky. Dat is dus prima gegaan, heb me ook erg vermaakt. Vond het leuk ook even mee te kunnen draaien op een ander soort schip. Het is echt niet te vergelijken met de Thialf. 350 man die door elkaar heen krioelen op het kraanschip, tegenover 15 man op de sleepboot.
De inclinatietest viel achteraf best mee. Heb de hele middag en een stuk van de avond standby gezeten ergens in één van de kolommen. Hier moest een bepaalde ballastank steeds gepeild worden, om te bepalen hoeveel gewicht er verplaatst werd. Tegelijkertijd worden de uitwijkingen van meerdere slingers genoteerd, welke opgehangen zijn aan dek. Was om een uur of half 9 klaar… Die nacht om 02.00 naar de Husky overgestapt, waarna deze voor de Thialf werd gehaakt om het mooie Curaçao weer te verlaten. Bestemming: Golf van Mexico, alwaar de volgende projectlocatie ligt.
De volgende dag al meteen begonnen met sterretjes schieten. Dat houdt in dat je met behulp van de sextant aan de hand van de sterren je positie bepaalt. Ouderwetse manier die eigenlijk alleen nog wordt gebruikt als er stagiaires aan boord zijn, maar toch leuk om te doen. Zeker als je er een beetje feeling voor krijgt. Zat de eerste paar keren al niet eens ver naast de GPS-positie (een mijl of 5). Ik liep niet echt een vaste wacht, wel aardig lange dagen gemaakt op de brug. Aardige gasten daar en een relaxte sfeer. Er is ook nog een barbecue georganiseerd op het voordek. De kok had een gigantische hoeveelheid eetwerk voorbereid, hij was er al een week mee bezig. Gezellig met de hele ploeg, pilsje erbij en lekker eten. Ook nog even twee speciale versies midgetgolf gespeeld. Of eigenlijk was het een combinatie van midgetgolf en ijshockey, hahaha. Een stick en een puk en allerlei obstakels waar je omheen moest. Ook wel een lekker gevoel dat het allemaal beweegt, dat doet de Thialf niet zomaar. 
Na een dag of 10 kwamen we al aan op de projectlocatie. ’s Nachts even opgestaan om vanaf de brug mee te kijken hoe ze losgooiden. Mooi om te zien hoe dat gaat. De Husky wordt even recht onder het voordek van de Thialf gemanoeuvreerd en het geheel wordt ingehaald en netjes losgegooid. Gaaf ding, die sleper. Met 12.000 pk onder de motorkap alleen voor de voortstuwing, twee schroeven met verstelbare spoed (stand van de bladen), twee roeren en een redelijk dikke boegschroef. Het gevaarte kan een trekkracht van 160 ton leveren. Hij kan op twee plaatsen bestuurd worden, zowel voor op de brug als achter, met uitzicht op het werkdek. Hier zijn ook alle hendels en knoppen voor de winches en andere werktuigen achterop.
Enfin, nadat we die Thialf achter hadden gelaten op de projectlocatie meteen doorgestoomd naar ’s werelds grootste offshore haven: Fourchon. De volgende nacht voor de kust uitgeankerd, we wilden niet in het donker naar binnen. Het is nogal een krap haventje, waar onwijs veel schepen in en uit gaan. Daarnaast nog de nodige platforms tot vlakbij de haveningang, dus dat was een beetje te tricky. Volgende ochtend de loods aan boord. Niet met een normale loodsboot ofzo, nee gewoon een klein open speedbootje. Zag het visgerei liggen toen ik hielp met de loodsladder. Die mannen gooien vast wel eens een hengeltje uit als ze moeten wachten. Loods was een aardige kerel, apart accent hebben ze daar in Louisiana, dat wel. De nodige suppliers, crewboats, vissersbootjes en slepertjes dicht gepasseerd. Ondanks dat het een grote haven is, is hij niet erg diep. Opletten dus, en erg fijn dat er een loods was. Vooral ook vanwege de communicatie, want dat eerder genoemde accent met de eigen manier van oproepen en melden maakt het er niet duidelijker op. Wat een circus, hahaha. Het is daar ook gewoon: pik maar een plekje uit. Een kade die vrij is moet je maar snel pakken, want anders ligt er straks een ander.
We hebben daar een speciaal frame aan boord gekregen, waar een ROV (remotely operated vehicle) in komt te hangen. Je weet wel, dat is zo’n speciale duikrobot. Dat frame werd dus gepast, zodat het de volgende keer meteen neergezet kan worden. Er is ook een speciale paal geïnstalleerd met een sensor aan het einde. Deze hangt in het water en wordt gebruikt om de stroming te meten. Deze gegevens zijn van belang in verband met de constructiewerkzaamheden, het kan hier namelijk flink stromen.
In Fourchon ook even de wal op geweest. Niet dat er veel te beleven is, in de wijde omgeving alleen maar moerasland. Ben even met de 2e werktuigkundige naar het dichtstbijzijnde tankstation geweest. Even wat vreetwerk gekocht en wat gedronken in het naastgelegen casino. Geen bier voor mij in het land waar baby’s al een wapen mogen bezitten en een 16-jarige al auto mag rijden. Er was niet veel volk, alleen een paar gokverslaafde moeders. Wel even gezellig met de mevrouw achter de bar zitten praten en even een souvenir gekocht. Na een dag of drie zijn we weer vertrokken richting Thialf. Daar aangekomen hebben we een bak langszij gebracht, samen met een andere sleepboot. Wederom gaaf om te zien hoe goed die gasten kunnen manoeuvreren met dat ding.
Inmiddels dus weer terug op de Thialf, loop weer mee in de machinekamer. Een groot gedeelte van het platform is reeds geïnstalleerd. Het bestaat uit een soort van dobber (hull), welke met behulp van speciale palen vastligt. Het ding wordt dus vastgehouden door z’n eigen drijfvermogen. Die palen bestaan uit 13 stukken van elk een meter of 90, tendons genaamd. Die dingen werden één voor één van de bak opgepikt en afgehangen aan de zijkant van de Thialf. Hier werden ze in elkaar gezet tot één lange tendon, en dat dan 8 keer. Bovenop werden twee grote boeien bevestigd, om de tendons omhoog te houden. Die boeien zijn nu net verwijderd, omdat de tendons nu in de hull vastzitten. Het volgende dat gaat gebeuren is dat de pijpleidingen van de bodem opgepikt worden en ook aan de hull worden afgehangen.
Kan inmiddels steeds meer m’n bijdrage leveren in de machinekamer. Altijd leuk als je voor een interessant klusje op pad wordt gestuurd. Taken en verslagen gaan ook prima, das bijna klaar. Heb van de week ook een keer ‘meegeholpen’ met het verwelkomen van een helikopter. Dat is een taak van de safety officer, die is dan de helicopter landing officer. Hij communiceert dan met de piloot en met de radio officier van de Thialf. In de Golf van Mexico worden de mensen eigenlijk altijd met de helikopter vervoerd. Echte joekels zijn het hier, in sommigen passen wel 20 man. Er staat iemand klaar bij de schuimlansen, mocht er wat verkeerd gaan. Een derde mannetje helpt met de bagage en met de reddingsvesten omdoen enzo. Ik mocht dus even over hun schouders meekijken, dat betekend: ook een brandweer outfit aan en de oorkappen op. Het was weer zo’n joekel dit keer, een S-92 (Sikorsky), relatief nieuw. Stond helemaal te heen en weren op m’n benen, je kan maar beter wat vastpakken, anders waai je om, haha. Nieuwe mensen kwamen er uit en de offsigners gingen weer mee. Er waren wat problemen met de documenten, dus de piloot zette het gevaarte even helemaal af. Mooie gelegenheid om wat plaatjes te schieten, zo dichtbij kom je niet vaak.
Toen hij eenmaal weer klaar was voor vertrek motoren weer opstarten, alle checks doen en dan weer voorzichtig de lucht in.
Het eind is voor mij nu echt in zicht. Nog drie weken en dan ben ik klaar. Sta gepland voor vertrek in week 29. Moet zeggen dat ik er erg naar uitkijk om ook in die helikopter te stappen om lekker naar huis te gaan. ’t Is toch echt lang zat zo…. Maarja, nog even doorbijten en dan is het zo ver…. Tot zover de update. Tot de volgende keer maar weer!
De inclinatietest viel achteraf best mee. Heb de hele middag en een stuk van de avond standby gezeten ergens in één van de kolommen. Hier moest een bepaalde ballastank steeds gepeild worden, om te bepalen hoeveel gewicht er verplaatst werd. Tegelijkertijd worden de uitwijkingen van meerdere slingers genoteerd, welke opgehangen zijn aan dek. Was om een uur of half 9 klaar… Die nacht om 02.00 naar de Husky overgestapt, waarna deze voor de Thialf werd gehaakt om het mooie Curaçao weer te verlaten. Bestemming: Golf van Mexico, alwaar de volgende projectlocatie ligt.
Na een dag of 10 kwamen we al aan op de projectlocatie. ’s Nachts even opgestaan om vanaf de brug mee te kijken hoe ze losgooiden. Mooi om te zien hoe dat gaat. De Husky wordt even recht onder het voordek van de Thialf gemanoeuvreerd en het geheel wordt ingehaald en netjes losgegooid. Gaaf ding, die sleper. Met 12.000 pk onder de motorkap alleen voor de voortstuwing, twee schroeven met verstelbare spoed (stand van de bladen), twee roeren en een redelijk dikke boegschroef. Het gevaarte kan een trekkracht van 160 ton leveren. Hij kan op twee plaatsen bestuurd worden, zowel voor op de brug als achter, met uitzicht op het werkdek. Hier zijn ook alle hendels en knoppen voor de winches en andere werktuigen achterop.
Enfin, nadat we die Thialf achter hadden gelaten op de projectlocatie meteen doorgestoomd naar ’s werelds grootste offshore haven: Fourchon. De volgende nacht voor de kust uitgeankerd, we wilden niet in het donker naar binnen. Het is nogal een krap haventje, waar onwijs veel schepen in en uit gaan. Daarnaast nog de nodige platforms tot vlakbij de haveningang, dus dat was een beetje te tricky. Volgende ochtend de loods aan boord. Niet met een normale loodsboot ofzo, nee gewoon een klein open speedbootje. Zag het visgerei liggen toen ik hielp met de loodsladder. Die mannen gooien vast wel eens een hengeltje uit als ze moeten wachten. Loods was een aardige kerel, apart accent hebben ze daar in Louisiana, dat wel. De nodige suppliers, crewboats, vissersbootjes en slepertjes dicht gepasseerd. Ondanks dat het een grote haven is, is hij niet erg diep. Opletten dus, en erg fijn dat er een loods was. Vooral ook vanwege de communicatie, want dat eerder genoemde accent met de eigen manier van oproepen en melden maakt het er niet duidelijker op. Wat een circus, hahaha. Het is daar ook gewoon: pik maar een plekje uit. Een kade die vrij is moet je maar snel pakken, want anders ligt er straks een ander.
We hebben daar een speciaal frame aan boord gekregen, waar een ROV (remotely operated vehicle) in komt te hangen. Je weet wel, dat is zo’n speciale duikrobot. Dat frame werd dus gepast, zodat het de volgende keer meteen neergezet kan worden. Er is ook een speciale paal geïnstalleerd met een sensor aan het einde. Deze hangt in het water en wordt gebruikt om de stroming te meten. Deze gegevens zijn van belang in verband met de constructiewerkzaamheden, het kan hier namelijk flink stromen.
In Fourchon ook even de wal op geweest. Niet dat er veel te beleven is, in de wijde omgeving alleen maar moerasland. Ben even met de 2e werktuigkundige naar het dichtstbijzijnde tankstation geweest. Even wat vreetwerk gekocht en wat gedronken in het naastgelegen casino. Geen bier voor mij in het land waar baby’s al een wapen mogen bezitten en een 16-jarige al auto mag rijden. Er was niet veel volk, alleen een paar gokverslaafde moeders. Wel even gezellig met de mevrouw achter de bar zitten praten en even een souvenir gekocht. Na een dag of drie zijn we weer vertrokken richting Thialf. Daar aangekomen hebben we een bak langszij gebracht, samen met een andere sleepboot. Wederom gaaf om te zien hoe goed die gasten kunnen manoeuvreren met dat ding.
Inmiddels dus weer terug op de Thialf, loop weer mee in de machinekamer. Een groot gedeelte van het platform is reeds geïnstalleerd. Het bestaat uit een soort van dobber (hull), welke met behulp van speciale palen vastligt. Het ding wordt dus vastgehouden door z’n eigen drijfvermogen. Die palen bestaan uit 13 stukken van elk een meter of 90, tendons genaamd. Die dingen werden één voor één van de bak opgepikt en afgehangen aan de zijkant van de Thialf. Hier werden ze in elkaar gezet tot één lange tendon, en dat dan 8 keer. Bovenop werden twee grote boeien bevestigd, om de tendons omhoog te houden. Die boeien zijn nu net verwijderd, omdat de tendons nu in de hull vastzitten. Het volgende dat gaat gebeuren is dat de pijpleidingen van de bodem opgepikt worden en ook aan de hull worden afgehangen.
Kan inmiddels steeds meer m’n bijdrage leveren in de machinekamer. Altijd leuk als je voor een interessant klusje op pad wordt gestuurd. Taken en verslagen gaan ook prima, das bijna klaar. Heb van de week ook een keer ‘meegeholpen’ met het verwelkomen van een helikopter. Dat is een taak van de safety officer, die is dan de helicopter landing officer. Hij communiceert dan met de piloot en met de radio officier van de Thialf. In de Golf van Mexico worden de mensen eigenlijk altijd met de helikopter vervoerd. Echte joekels zijn het hier, in sommigen passen wel 20 man. Er staat iemand klaar bij de schuimlansen, mocht er wat verkeerd gaan. Een derde mannetje helpt met de bagage en met de reddingsvesten omdoen enzo. Ik mocht dus even over hun schouders meekijken, dat betekend: ook een brandweer outfit aan en de oorkappen op. Het was weer zo’n joekel dit keer, een S-92 (Sikorsky), relatief nieuw. Stond helemaal te heen en weren op m’n benen, je kan maar beter wat vastpakken, anders waai je om, haha. Nieuwe mensen kwamen er uit en de offsigners gingen weer mee. Er waren wat problemen met de documenten, dus de piloot zette het gevaarte even helemaal af. Mooie gelegenheid om wat plaatjes te schieten, zo dichtbij kom je niet vaak.
Het eind is voor mij nu echt in zicht. Nog drie weken en dan ben ik klaar. Sta gepland voor vertrek in week 29. Moet zeggen dat ik er erg naar uitkijk om ook in die helikopter te stappen om lekker naar huis te gaan. ’t Is toch echt lang zat zo…. Maarja, nog even doorbijten en dan is het zo ver…. Tot zover de update. Tot de volgende keer maar weer!
donderdag 15 mei 2008
Boca Sami, Kòrsou
Jaja, ik ben er nog. Inmiddels over de helft en weer een hoop leuke ervaringen rijker. We liggen nu nog in de Sint Michielsbaai (Boca Sami), bij Curaçao. We zijn hier woensdag 30 april aangekomen en vertrekken waarschijnlijk binnen een paar dagen. Al het groot onderhoud is nu zo’n beetje achter de rug. De twee voorste thrusters (van de zes) zijn vervangen. Dit zijn schroeven die 360° draaibaar zijn, en dus in elke richting kunnen voortstuwen. Hiermee blijft het schip nauwkeurig op z’n plaats tijdens het zware hijswerk.
Elk ander normaal schip moet het droogdok in voor dit soort werkzaamheden. Das eigenlijk een garage voor schepen, waar de schepen droog komen te staan en je dus kunt werken aan het deel dat normaal onder water is. Hier hebben we het dus anders gedaan. Er zijn twee speciale bakken aan boord, habitats genaamd. Deze worden in het water gehangen en vervolgens met ballastwater en lucht zwevend gemaakt. Dan wordt zo’n habitat onder de romp gemanoeuvreerd, om de thruster heen. Vervolgens worden de trimtanks gevuld met lucht en drukt zo’n ding dus tegen de romp aan. Er is een compleet team van duikers aanwezig om dat werk allemaal te doen. Daarna wordt het zeewater uit de bak gepompt en kan het toegangsluik (mangat) in de bodem van het schip geopend worden. Als je dan de trap naar beneden neemt sta je in de bak onder het schip. Heb er meerdere keren ingestaan om te helpen. Er lekt altijd een beetje water naar binnen langs de rubberen afdichtingen, en dat water moest met een kleiner pompje weg worden gepompt. Het is een heel gedoe om zoiets helemaal naar beneden te krijgen. Van boven bij de machinekamer door de kolom via een trap of tien naar beneden, door een kleine waterdichte deur, nog 3 trappen, het mangat door de bodem van het schip en dan naar beneden in de habitat. Uiteindelijk wordt de oude thruster gedemonteerd en in de bak neergezet.
Dan gaat alles weer dicht en laten ze de bak weer vollopen met water. Vervolgens gebeurt het omgekeerde als in het begin en kan de tweede bak met daarin de nieuwe thruster naar beneden. Weer het hele proces en dan kan die geïnstalleerd worden. Dat hele gebeuren is inmiddels achter de rug, de habitats staan weer aan dek en er wordt proefgedraaid met de nieuwe thrusters.
We liggen nu al een week of drie op misschien 300 m van het strand. ’s Nachts in het donker aangekomen, de volgende dag zagen de bewoners opeens een drijvende fabriek in hun achtertuin. Prachtig mooi om zo dichtbij te liggen. In het begin wat spanning over het walbezoek, maar gelukkig was het vervoer naar de wal goed geregeld. Er zijn door de steigerbouwers trappen gemaakt naar de drijvers beneden. Elke woensdagavond en van vrijdagavond tot zondagavond waren er lokale vissersbootjes om ons heen en weer te varen tussen de Thialf en de steiger in de baai. Ik kon gelukkig meerdere (mid)dagjes vrij krijgen om lekker de wal op te gaan. Was op koninginnedag de eerste die een bootje nam, even een stukje gelopen en wat mooie foto’s geschoten van de Thialf in de baai.
Daarna de bus gepakt naar Willemstad en daar een beetje de toerist uitgehangen en koninginnedag gevierd. Uiteraard de wereldberoemde pontjesbrug belopen en in het oude stadsdeel Punda geweest. Ben ook nog wat keren ’s avonds met wat anderen van de Thialf meegegaan voor een borrel in de stad enzo. Eén keer werden we door de leverancier van het verse eten uitgenodigd voor een rondleiding. Eerst even bij hem thuis gezeten, daarna even ergens in Otrabanda (west Willemstad) gegeten en toen richting Punda. Daar op een pleintje meegefeest met alle hollanders, dat waren er wel erg veel, wel gezellig dus. Gastvrije kerel, hij was erg blij met de Thialf als klant, daar is weer heel wat eetwerk naartoe gegaan.
Heb zelfs nog twee keer kunnen duiken hier, dat was echt geweldig. Afgesproken met een groepje elektriciens hier aan boord, die waren al een paar keer hier in de baai geweest. Steeds hier in de baai bij het duikschooltje spullen gehuurd en dan met de taxi naar een mooie stek. Een hele set spullen koste 54,25 Antiliaanse guldens, das nog geen 20 euro. Echt geen drol dus. Taxi is wat duurder maar dat maakt dan niet veel meer uit. De eerste stek was meer richting westen, Porto Mari. Mooi zandstrandje met onderwater twee grote rifbanken. Heel onwerkelijk om opeens tussen al dat kleurrijke spul te zwemmen. Erg mooi allemaal. De tweede keer naar de Caracas baai, das ten oosten van Willemstad, die stek heette tugboat. Daar ligt dus een wrak van een oud klein slepertje, op een meter of 4 diep. Eerst een rondje langs een steile rotswand en dan langs het wrakje. Heb daar weer mooie dingen gezien, dit keer zelfs een kleine zeeschildpad. Wat een koel beest, bleef heel relaxt hangen terwijl al die bellenblazers dichterbij kwamen. Na de twee duiken gingen we weer terug richting baai, naar het barretje boven het water, met uitzicht op de Thialf. Dat was de verzamelplek voor mensen die van boord kwamen, we hebben daar best vaak gezellig gezeten.
Wilde op een middag weer de wal op, toen ik een stuk of 5 collega’s tegenkwam op de trap naar de drijver. De assistent Hoofdwerktuigkundige zei me dat ik mee moest. Ik had eigenlijk andere plannen, maar toen ik hoorde dat ze met de oude reddingssloepen gingen was ik om. De 12 oranje reddingssloepen voorop zijn vervangen voor nieuwe en de oude zijn weggegeven/verkocht aan geïnteresseerde werknemers. Die lagen dus nog vast langszij. Wij dus met 9 man over vier lifeboats verdeeld. Ik zat met de assisten HWTK op één oranje banaan. Eerst even wat rondjes in de baai gespeeld en toen richting oosten, bestemming onbekend. Er was een bekende van een collega mee, die ons de weg moest wijzen. Natuurlijk mocht ik ook nog een stuk varen. Prachtig mooi, we werden flink door elkaar geschud vanwege de golven. Zo’n goeie wegligging hebben die dingen niet, zeker als er maar 2 man inzit in plaats van 64. Binnenin dat apparaat werd je al heel snel gek van de beweging, moet er niet aan denken om daar met 64 man op elkaar gepropt te kotsen van de zeeziekte. Wij met z’n drieën naast elkaar mooi door de golven heen, de vierde kon ons niet goed bijhouden.
Op een gegeven moment een brul dat ik om moest keren, het vierde bootje had motorpech en waaide terug. Wij deze dus snel op sleep genomen en weer aangehaakt bij de rest. Nog meerdere keren een aanvaring doordat dat anderen erg dichtbij kwamen toen ze wat drinken over wilden gooien. Inmiddels was het hillton hotel in west Willemstad al in zicht. Toen opeens was daar aan bakboord een kleine toegang naar een prachtig mooie baai. De golven werden minder, mooie planten langs de kant, we voeren de Piscaderabaai binnen.
Een kilometer verderop een klein werfje, daar hebben we de boten aangelegd. Dat was voor ons nog een hele truuk, met die tweede als sleep. Vanaf daar willen de nieuwe eigenaren verder vervoer voor de boten regelen richting Nederland. Toen met z’n 9en met een pickup teruggebracht richting Thialf. Ik natuurlijk lekker buiten achterin de bak. Prachtig mooi, het maakt allemaal geen reet uit hier, gewoon de openbare weg op. Dat was me het avontuurtje wel, heb echt gelachen.
Inmiddels is het over met de pret, de trappenhuizen zijn afgebroken en morgen worden de ankers weer opgehaald. Er zijn er maar 10 van de 12 gebruikt, dus dat gaat als een speer, EHUM. Heb echt onwijs veel geluk dat ik dit net mee kon maken, de Thialf ligt normaal nooit zo dicht bij land. Dichterbij dan 30 mijl komt zelden voor.
Morgen gaat er nog iets speciaals gebeuren wat betreft de stabiliteit van het schip. Dan is namelijk de zogenaamde slingerproef. Dat moet eens in de zoveel tijd gebeuren en is om de eigenschappen van het schip met betrekking tot de stabiliteit opnieuw te bepalen. Omdat er steeds zoveel wordt bijgebouwd of veranderd hier aan boord, reageert het hele schip weer anders dan 5 jaar geleden. Die gasten die daarvoor aan boord zijn hebben erg veel werk met allerlei gewichten te bepalen en de locaties ervan. Morgen gaan ze de test echt doen, het belangrijkste gebeurd dan als het schip expres een beetje scheef wordt gelegd middels ballast. Dan moet (bijna) iedereen in de accommodatie blijven, vanwege het gewicht, hahaha. Ik ben ze af en toe ook al aan het helpen geweest en morgen moet ik weer helpen met tankpeilingen enzo. Als we met de test klaar zijn vertrekt de Thialf met de Husky richting Golf van Mexico. Om toch ook nog wat meer van het echte varen mee te pikken, heb ik aan de kapitein gevraagd of ik een maandje meekan op de Husky. Dat is dus de sleepboot die altijd mee is. Daar maak ik m’n nautische opdrachten af en dan kom ik weer terug op de Thialf om het technische af te maken. Tegen die tijd komt het eind wel zo’n beetje in zicht. Het is toch best lang zo. Gelukkig leuke dingen mee kunnen maken hier op Curaçao en een maandje op een kleiner schip lijkt me ook wel leuk voor de afwisseling.
Kga nu weer richting bed, morgen wordt het een lange dag met die test. Ze rekenen er een uurtje of 16 voor…. Ben benieuwd.
Het volgende bericht zal vanaf de Husky zijn (als het daar ook lukt ten minste). Tot horens!
Elk ander normaal schip moet het droogdok in voor dit soort werkzaamheden. Das eigenlijk een garage voor schepen, waar de schepen droog komen te staan en je dus kunt werken aan het deel dat normaal onder water is. Hier hebben we het dus anders gedaan. Er zijn twee speciale bakken aan boord, habitats genaamd. Deze worden in het water gehangen en vervolgens met ballastwater en lucht zwevend gemaakt. Dan wordt zo’n habitat onder de romp gemanoeuvreerd, om de thruster heen. Vervolgens worden de trimtanks gevuld met lucht en drukt zo’n ding dus tegen de romp aan. Er is een compleet team van duikers aanwezig om dat werk allemaal te doen. Daarna wordt het zeewater uit de bak gepompt en kan het toegangsluik (mangat) in de bodem van het schip geopend worden. Als je dan de trap naar beneden neemt sta je in de bak onder het schip. Heb er meerdere keren ingestaan om te helpen. Er lekt altijd een beetje water naar binnen langs de rubberen afdichtingen, en dat water moest met een kleiner pompje weg worden gepompt. Het is een heel gedoe om zoiets helemaal naar beneden te krijgen. Van boven bij de machinekamer door de kolom via een trap of tien naar beneden, door een kleine waterdichte deur, nog 3 trappen, het mangat door de bodem van het schip en dan naar beneden in de habitat. Uiteindelijk wordt de oude thruster gedemonteerd en in de bak neergezet.
We liggen nu al een week of drie op misschien 300 m van het strand. ’s Nachts in het donker aangekomen, de volgende dag zagen de bewoners opeens een drijvende fabriek in hun achtertuin. Prachtig mooi om zo dichtbij te liggen. In het begin wat spanning over het walbezoek, maar gelukkig was het vervoer naar de wal goed geregeld. Er zijn door de steigerbouwers trappen gemaakt naar de drijvers beneden. Elke woensdagavond en van vrijdagavond tot zondagavond waren er lokale vissersbootjes om ons heen en weer te varen tussen de Thialf en de steiger in de baai. Ik kon gelukkig meerdere (mid)dagjes vrij krijgen om lekker de wal op te gaan. Was op koninginnedag de eerste die een bootje nam, even een stukje gelopen en wat mooie foto’s geschoten van de Thialf in de baai.
Heb zelfs nog twee keer kunnen duiken hier, dat was echt geweldig. Afgesproken met een groepje elektriciens hier aan boord, die waren al een paar keer hier in de baai geweest. Steeds hier in de baai bij het duikschooltje spullen gehuurd en dan met de taxi naar een mooie stek. Een hele set spullen koste 54,25 Antiliaanse guldens, das nog geen 20 euro. Echt geen drol dus. Taxi is wat duurder maar dat maakt dan niet veel meer uit. De eerste stek was meer richting westen, Porto Mari. Mooi zandstrandje met onderwater twee grote rifbanken. Heel onwerkelijk om opeens tussen al dat kleurrijke spul te zwemmen. Erg mooi allemaal. De tweede keer naar de Caracas baai, das ten oosten van Willemstad, die stek heette tugboat. Daar ligt dus een wrak van een oud klein slepertje, op een meter of 4 diep. Eerst een rondje langs een steile rotswand en dan langs het wrakje. Heb daar weer mooie dingen gezien, dit keer zelfs een kleine zeeschildpad. Wat een koel beest, bleef heel relaxt hangen terwijl al die bellenblazers dichterbij kwamen. Na de twee duiken gingen we weer terug richting baai, naar het barretje boven het water, met uitzicht op de Thialf. Dat was de verzamelplek voor mensen die van boord kwamen, we hebben daar best vaak gezellig gezeten.
Wilde op een middag weer de wal op, toen ik een stuk of 5 collega’s tegenkwam op de trap naar de drijver. De assistent Hoofdwerktuigkundige zei me dat ik mee moest. Ik had eigenlijk andere plannen, maar toen ik hoorde dat ze met de oude reddingssloepen gingen was ik om. De 12 oranje reddingssloepen voorop zijn vervangen voor nieuwe en de oude zijn weggegeven/verkocht aan geïnteresseerde werknemers. Die lagen dus nog vast langszij. Wij dus met 9 man over vier lifeboats verdeeld. Ik zat met de assisten HWTK op één oranje banaan. Eerst even wat rondjes in de baai gespeeld en toen richting oosten, bestemming onbekend. Er was een bekende van een collega mee, die ons de weg moest wijzen. Natuurlijk mocht ik ook nog een stuk varen. Prachtig mooi, we werden flink door elkaar geschud vanwege de golven. Zo’n goeie wegligging hebben die dingen niet, zeker als er maar 2 man inzit in plaats van 64. Binnenin dat apparaat werd je al heel snel gek van de beweging, moet er niet aan denken om daar met 64 man op elkaar gepropt te kotsen van de zeeziekte. Wij met z’n drieën naast elkaar mooi door de golven heen, de vierde kon ons niet goed bijhouden.
Inmiddels is het over met de pret, de trappenhuizen zijn afgebroken en morgen worden de ankers weer opgehaald. Er zijn er maar 10 van de 12 gebruikt, dus dat gaat als een speer, EHUM. Heb echt onwijs veel geluk dat ik dit net mee kon maken, de Thialf ligt normaal nooit zo dicht bij land. Dichterbij dan 30 mijl komt zelden voor.
Morgen gaat er nog iets speciaals gebeuren wat betreft de stabiliteit van het schip. Dan is namelijk de zogenaamde slingerproef. Dat moet eens in de zoveel tijd gebeuren en is om de eigenschappen van het schip met betrekking tot de stabiliteit opnieuw te bepalen. Omdat er steeds zoveel wordt bijgebouwd of veranderd hier aan boord, reageert het hele schip weer anders dan 5 jaar geleden. Die gasten die daarvoor aan boord zijn hebben erg veel werk met allerlei gewichten te bepalen en de locaties ervan. Morgen gaan ze de test echt doen, het belangrijkste gebeurd dan als het schip expres een beetje scheef wordt gelegd middels ballast. Dan moet (bijna) iedereen in de accommodatie blijven, vanwege het gewicht, hahaha. Ik ben ze af en toe ook al aan het helpen geweest en morgen moet ik weer helpen met tankpeilingen enzo. Als we met de test klaar zijn vertrekt de Thialf met de Husky richting Golf van Mexico. Om toch ook nog wat meer van het echte varen mee te pikken, heb ik aan de kapitein gevraagd of ik een maandje meekan op de Husky. Dat is dus de sleepboot die altijd mee is. Daar maak ik m’n nautische opdrachten af en dan kom ik weer terug op de Thialf om het technische af te maken. Tegen die tijd komt het eind wel zo’n beetje in zicht. Het is toch best lang zo. Gelukkig leuke dingen mee kunnen maken hier op Curaçao en een maandje op een kleiner schip lijkt me ook wel leuk voor de afwisseling.
Kga nu weer richting bed, morgen wordt het een lange dag met die test. Ze rekenen er een uurtje of 16 voor…. Ben benieuwd.
Het volgende bericht zal vanaf de Husky zijn (als het daar ook lukt ten minste). Tot horens!
dinsdag 22 april 2008
Vanaf de Caribbean
Hallo beste mensen! Hier volgt weer eens een update, ik heb een tijd niks laten horen. Dat komt natuurlijk niet omdat er niks gebeurd, in tegendeel. Er gebeurd zoveel dat ik weinig tijd heb genomen voor andere dingen dan m’n takenboek. Dat is flink veel werk wat het technische gedeelte betreft, als je jezelf bedenkt dat het hier net een fabriek is.
Inmiddels zijn we de evenaar alweer ruimschoots gepasseerd. Neptunus is dus langsgeweest….. Ik heb erg gelachen, ze deden gelukkig niet al te gek. We werden met een mannetje of dertig in een vergaderruimte gestopt, met wat doosjes bier. Het duurde erg lang voordat de eerste op werd gehaald, en degenen die geweest waren kwamen eigenlijk niet vaak langs om te vertellen wat er gebeurde. We zaten onszelf en elkaar dus lekker op te fokken, dat was natuurlijk deel van het plan.
Ik was als één van de laatste aan de beurt, en de organisator die ons oppikte kwam steeds smeriger naar binnen. Toen mijn tijd gekomen was werd ik mee naar buiten genomen, alwaar er veel publiek stond en het erg stonk. Gelukkig was het weer begonnen met regenen. Neptunus en kornuiten werden gespeelt door een stuk of zes Maleisiërs (en die gekke Indiër), uitgedost als lelijke bochelruggen met zwepen en ringen door de neus. We moesten meerdere ranzige dingen doen, een paar dingen golden voor iedereen en verder was er nog een rad van fortuin. De kapitein stond aan dit rad, er waren drie opties: the cage, the box en the barber. Voor mij was het the cage, maar wat het nou precies inhield vertel ik maar niet, daar was het iets te ranzig voor. Als je het echt wilt weten moet je het maar eens persoonlijk vragen, dan leg ik het in geuren en kleuren uit. Laat ik het zo zeggen, ik begrijp nu waarom de gedoopte zeelui hun certificaat altijd met zich meenemen. Om te voorkomen dat ze nog een keer moeten. Ik ben gelukkig niet kaal en daar schijn ik veel geluk mee te hebben omdat de leerling eigenlijk vaak wel de pineut is. Die certificaten waren zeer professioneel trouwens, voor bijna iedereen stonden er wat leuke persoonlijke dingetjes in.
We zijn gisternacht tussen Trinidad en Tobago doorgevaren, het heet daar de Galleons Passage. Buiten in het donker kon je de lichten van de steden op beide eilanden zien. Onze eigen sleepboot de Husky was al een halve dag vooruit om mensen weg te brengen naar Trinidad en wat nieuwe mensen op te pikken. Vlak voor zonsondergang waren ze weer terug en werd de ingehuurde sleepboot losgegooid. Dat apparaat beviel niet zo, terwijl hij bijna 50.000 euros per dag kost. Het is een hele flinke sleepboot, en nog keek ik er vanaf het voordek makkelijk op, toen hij dichterbij kwam om de sleepkabel af te geven. Ze komen dan echt onder de Thialf, maar een meter of twintig voor de drijvers. Hij ging er volle pijp weer vandoor toen hij eenmaal los was, mooi om te zien. Inmiddels is de Husky er weer voor geknoopt.
Ik loop nu sinds het begin van de oversteek vanuit west afrika mee in de machinekamer. Er gebeurd veel en ik heb veel te beschrijven voor m’n takenboek. Het is allemaal zeer leerzaam, alleen er gebeurd zoveel, dat het soms moeilijk is om niet overal tegelijk te willen zijn. Ik ga nu sinds een paar dagen ’s middags naar boven om een zootje tikwerk te doen op m’n computertje. Ik loop vaak mee tijdens de wachtrondes van de assistent machinisten en de Maleisische ‘hulpjes’. Zij vullen de checklijsten voor een aantal werktuigen en systemen in, dat hoeven de machinisten niet te doen. Ze controleren hun werk wel en ze lopen een uitgebreid rondje. Ik heb onder andere zelf (met begeleiding van de assistent) een andere separator uit elkaar gehaald, schoongemaakt en weer gestart. Heb ook geholpen met het inmeten en vervangen van de pijpen voor het koelsysteem voor de thrusters. Daarnaast ook al een keer één van de oudere motoren mogen starten, uiteraard onder begeleiding van de assistent. Toch wel gaaf om 6615 pk in beweging te zetten met een stoot gecomprimeerde druk. Het was de motor die net is gereviseerd, een week eerder stond ik nu binnenin de motor. (al was het alleen maar voor de foto, hahah)
Het is nu nog een dag of vier tot curacao, en er zijn voorbereidingen getroffen om ons dagelijks naar de wal heen en weer te varen. Twee van de oude lifeboats zijn opengezaagd om als watertaxi te dienen. Ik kijk er erg naar uit. Het groot onderhoud en het vervangen van de thrusters gaat erg veel tijd kosten, het wordt dus hard werken voor de machinisten. Hopelijk kan ik af en toe een bijdrage leveren, ik zal in ieder geval veel opsteken.
Als we klaar zijn bij curacao, vertrekken we richting golf van mexico, voor een nieuw installatieproject. Dat wordt een erg uitdagende, we gaan een ‘tension leg platform’ plaatsen. Dat is eigenlijk een soort dobber, die op z’n plaats moet worden gehouden. Die dingen schijnen nogal instabiel te kunnen zijn, dus dat wordt spannend. Ik heb in overleg met de kapitein besloten om een maandje op de Husky mee te lopen. Dat is dus de eigen sleepboot. Ik doe dat omdat het voor het nautische gebeuren wat leerzamer is dan aan boord van de Thialf. De Husky is wel een echt schip, vandaar. Bij vertrek van curacao stap ik over, ik denk voor een maandje ofzo. Het hangt er even vanaf hoe snel het gaat met de taken op de brug. Het lijkt me ook erg leerzaam, daarnaast denk ik dat het wel fijn is om een keer met een kleinere groep mensen te werken. Hier zijn er zoveel mensen, zoveel wensen, zoals ik al zei, het is net een fabriek. Dat vind ik wel eens jammer. De Husky gaat onder andere naar Fourchon, Louisiana, om een frame te passen voor een supermoderne ROV (je weet wel, zo’n duikrobot). Die is nodig bij het volgende project. Als ik het goed heb begrepen, gaan we ook die eerder beschreven dobber naar locatie slepen, samen met twee andere slepers. Dat is natuurlijk ook gaaf, maar ik wacht het nog even af.
Goed, dat was het weer voorlopig. Tot horens maar weer!
Inmiddels zijn we de evenaar alweer ruimschoots gepasseerd. Neptunus is dus langsgeweest….. Ik heb erg gelachen, ze deden gelukkig niet al te gek. We werden met een mannetje of dertig in een vergaderruimte gestopt, met wat doosjes bier. Het duurde erg lang voordat de eerste op werd gehaald, en degenen die geweest waren kwamen eigenlijk niet vaak langs om te vertellen wat er gebeurde. We zaten onszelf en elkaar dus lekker op te fokken, dat was natuurlijk deel van het plan.
Ik was als één van de laatste aan de beurt, en de organisator die ons oppikte kwam steeds smeriger naar binnen. Toen mijn tijd gekomen was werd ik mee naar buiten genomen, alwaar er veel publiek stond en het erg stonk. Gelukkig was het weer begonnen met regenen. Neptunus en kornuiten werden gespeelt door een stuk of zes Maleisiërs (en die gekke Indiër), uitgedost als lelijke bochelruggen met zwepen en ringen door de neus. We moesten meerdere ranzige dingen doen, een paar dingen golden voor iedereen en verder was er nog een rad van fortuin. De kapitein stond aan dit rad, er waren drie opties: the cage, the box en the barber. Voor mij was het the cage, maar wat het nou precies inhield vertel ik maar niet, daar was het iets te ranzig voor. Als je het echt wilt weten moet je het maar eens persoonlijk vragen, dan leg ik het in geuren en kleuren uit. Laat ik het zo zeggen, ik begrijp nu waarom de gedoopte zeelui hun certificaat altijd met zich meenemen. Om te voorkomen dat ze nog een keer moeten. Ik ben gelukkig niet kaal en daar schijn ik veel geluk mee te hebben omdat de leerling eigenlijk vaak wel de pineut is. Die certificaten waren zeer professioneel trouwens, voor bijna iedereen stonden er wat leuke persoonlijke dingetjes in.
We zijn gisternacht tussen Trinidad en Tobago doorgevaren, het heet daar de Galleons Passage. Buiten in het donker kon je de lichten van de steden op beide eilanden zien. Onze eigen sleepboot de Husky was al een halve dag vooruit om mensen weg te brengen naar Trinidad en wat nieuwe mensen op te pikken. Vlak voor zonsondergang waren ze weer terug en werd de ingehuurde sleepboot losgegooid. Dat apparaat beviel niet zo, terwijl hij bijna 50.000 euros per dag kost. Het is een hele flinke sleepboot, en nog keek ik er vanaf het voordek makkelijk op, toen hij dichterbij kwam om de sleepkabel af te geven. Ze komen dan echt onder de Thialf, maar een meter of twintig voor de drijvers. Hij ging er volle pijp weer vandoor toen hij eenmaal los was, mooi om te zien. Inmiddels is de Husky er weer voor geknoopt.
Ik loop nu sinds het begin van de oversteek vanuit west afrika mee in de machinekamer. Er gebeurd veel en ik heb veel te beschrijven voor m’n takenboek. Het is allemaal zeer leerzaam, alleen er gebeurd zoveel, dat het soms moeilijk is om niet overal tegelijk te willen zijn. Ik ga nu sinds een paar dagen ’s middags naar boven om een zootje tikwerk te doen op m’n computertje. Ik loop vaak mee tijdens de wachtrondes van de assistent machinisten en de Maleisische ‘hulpjes’. Zij vullen de checklijsten voor een aantal werktuigen en systemen in, dat hoeven de machinisten niet te doen. Ze controleren hun werk wel en ze lopen een uitgebreid rondje. Ik heb onder andere zelf (met begeleiding van de assistent) een andere separator uit elkaar gehaald, schoongemaakt en weer gestart. Heb ook geholpen met het inmeten en vervangen van de pijpen voor het koelsysteem voor de thrusters. Daarnaast ook al een keer één van de oudere motoren mogen starten, uiteraard onder begeleiding van de assistent. Toch wel gaaf om 6615 pk in beweging te zetten met een stoot gecomprimeerde druk. Het was de motor die net is gereviseerd, een week eerder stond ik nu binnenin de motor. (al was het alleen maar voor de foto, hahah)
Het is nu nog een dag of vier tot curacao, en er zijn voorbereidingen getroffen om ons dagelijks naar de wal heen en weer te varen. Twee van de oude lifeboats zijn opengezaagd om als watertaxi te dienen. Ik kijk er erg naar uit. Het groot onderhoud en het vervangen van de thrusters gaat erg veel tijd kosten, het wordt dus hard werken voor de machinisten. Hopelijk kan ik af en toe een bijdrage leveren, ik zal in ieder geval veel opsteken.
Als we klaar zijn bij curacao, vertrekken we richting golf van mexico, voor een nieuw installatieproject. Dat wordt een erg uitdagende, we gaan een ‘tension leg platform’ plaatsen. Dat is eigenlijk een soort dobber, die op z’n plaats moet worden gehouden. Die dingen schijnen nogal instabiel te kunnen zijn, dus dat wordt spannend. Ik heb in overleg met de kapitein besloten om een maandje op de Husky mee te lopen. Dat is dus de eigen sleepboot. Ik doe dat omdat het voor het nautische gebeuren wat leerzamer is dan aan boord van de Thialf. De Husky is wel een echt schip, vandaar. Bij vertrek van curacao stap ik over, ik denk voor een maandje ofzo. Het hangt er even vanaf hoe snel het gaat met de taken op de brug. Het lijkt me ook erg leerzaam, daarnaast denk ik dat het wel fijn is om een keer met een kleinere groep mensen te werken. Hier zijn er zoveel mensen, zoveel wensen, zoals ik al zei, het is net een fabriek. Dat vind ik wel eens jammer. De Husky gaat onder andere naar Fourchon, Louisiana, om een frame te passen voor een supermoderne ROV (je weet wel, zo’n duikrobot). Die is nodig bij het volgende project. Als ik het goed heb begrepen, gaan we ook die eerder beschreven dobber naar locatie slepen, samen met twee andere slepers. Dat is natuurlijk ook gaaf, maar ik wacht het nog even af.
Goed, dat was het weer voorlopig. Tot horens maar weer!
zondag 6 april 2008
De vetput in
Zozo, het is weer eventjes geleden, ik heb weinig tijd gehad om wat op te schrijven. Nu is het wel weer tijd voor een update.
We hebben de installatielocatie vrijdag de 21e verlaten, de sfeer aan boord was opgelucht. Je kon echt merken dat iedereen blij was dat het geheel netjes stond. De voorbereidingen voor de oversteek naar Curaçao zijn in volle gang. De kranen krijgen tijdens het varen een beurtje, er wordt onder andere een 1000 tons blok gereviseerd. Ook de bakken die gebruikt gaan worden voor het vervangen van de thrusters worden klaargemaakt. Deze dingen noemt men habitats, het is de bedoeling dat ze onder het schip tegen de romp worden geplakt, om een thuster heen. Vervolgens wordt het water eruit gepompt en als alles goed is, kan er dan een gat worden gesneden in de romp, om in de habitat te kunnen komen. Lijkt me zeer interessant om mee te maken, je ziet het niet vaak.
Die Zaterdag daarna hebben we nog een heel tijd in het veld gelegen om de laatste bak vol te laden met materiaal gebruikt voor het project. Denk aan stroppen (lussen staaldraad van elk 20 ton ofzo), en een hele zooi stalen frames welke nodig waren om de stroppen goed in te kunnen haken en de installatie te beschermen tegen beschadiging. Toen was het ontballasten geblazen om richting Pt. Noire, Congo te varen. Ik mocht ook mijn bijdrage leveren vanachter de ballastcomputer, best leuk om kleppen met 800 mm doorsnee aan te sturen. Zondagochtend mocht ik weer ballasten, om de Thialf wat dieper te krijgen vanwege een boot die langszij zou komen. 12 mijl ten westen van Pt. Noire is deze bunkerboot langszij gekomen. Dat is eigenlijk een drijvend tankstation voor schepen. Dit was een hele speciale, wat een ouwe grafbak. Als die in Europa een haven binnen zou komen, zou hij er niet meer uitkomen, omdat het gevaarte eigenlijk aan de ketting hoort. Heb even staan kijken hoe ze aanmeerden en de bunkerslang aannamen, wederom een belevenis. Ondertussen ging één van de machinisten aan boord om peilingen te nemen van de tanks, dit gebeurd na het bunkeren nogmaals, om te bepalen hoeveel we af moeten rekenen. Op een gegeven moment hoorden we luid geschreeuw vanaf de brugvleugel van het barrel, welke lager was dan ons laagste bereikbare buitendek. Een Russische cadet schreeuwde een landgenoot toe, waarna deze schreeuwend naar binnen liep en twee lokale werknemers naar buiten schopte. Met andere woorden: ‘Aan het werk!!!’. En wederom vroeg een Russische officier of we ze aan proviand konden helpen. De kapitein van het barrel was bij ons aan boord gekomen om de medic te bezoeken, hij zat onder de rode vlekken en korsten. Het bleken waterpokken te zijn. Zo tussen neus en lippen door kwam hij met een hele lijst aan etenswaar welke ze graag zouden hebben. Dat feest ging niet door, ze konden wel 150 m3 drinkwater krijgen, hij had het eerst over een beetje. Nu hebben wij goede watermakers (welke zoetwater maken uit zeewater), dus dat kon wel. Ik hoorde van de machinist die aan boord was geweest dat dit hun laatste tankbeurt was, ze hebben nu nog een laatste oversteek naar India, alwaar het schip het strand op word gevaren, naar de sloop.
De dag nadat de nieuwe crew aan boord is gekomen, ben ik beneden in de machinekamer begonnen. Inmiddels loop ik daar nu ruim een week mee, of nou ja, ik loop vooral veel rond. De technische installaties en systemen zijn erg uitgebreid, en aangezien ik best veel moet beschrijven voor m’n takenboek, ben ik wel even bezig. Leidingen volgen en schema’s maken, pompen opzoeken en allerlei andere gegevens verzamelen. Flink veel werk, maar best interessant, ik moet toch weten hoe alles zo’n beetje werkt.
Ik heb tussendoor al meerdere malen geholpen met sleutelen aan enkele motoren. Eén van de oudere, originele MAK-8 cilinders, word momenteel gereviseerd door twee ingehuurde monteurs. Zij worden bijgestaan door een machinist, en zo nu en dan probeer ik ook m’n bijdrage te leveren. De gedemonteerde onderdelen worden met takels uit de ruimte gehaald, om vervolgens met een heftruck richting schoonmaakploeg te gaan.
Dat zware spul moet allemaal een beetje netjes gestuurd worden, zeker als het schip slingert. Ik mocht onder andere één van de nieuwe cilindervoeringen in het blok laten zakken. Het is ook best leerzaam om te zien hoe de heren monteurs zo’n motor even stuk voor stuk uit elkaar halen. Daar komt redelijk wat speciaal gereedschap bij kijken, ook veel handige trucjes. Heb ook nog even een ‘inspectie’ gedaan binnenin de motor. Of eigenlijk: even geposeerd in de motor. 
Er zijn een tijdje geleden wat problemen geweest met enkele generatoren aan dek. Dat zijn relatief kleine dingen (Caterpillar V16 met 1700 kW, voor de geïnteresseerden). Eén daarvan is flink in de soep gelopen en een ander lag ook uit elkaar. Tussendoor heb ik hier ook nog een paar keer meegeholpen met de Filippijnse assistenten, om deze weer in elkaar te zetten. De machinist die zich vooral bezig houdt met deze dekmotoren, had ook nog een leuk klusje voor me. Er moest een speciale tool gemaakt worden om de klepveren van deze motoren los te kunnen maken. Daarvoor moet je ze in kunnen drukken om er dan een soort borging tussenuit te halen. Hij had me uitgelegd wat de bedoeling was en toen heb ik met de hulp van de Maleisische metaalbewerkers deze tool gemaakt. Hij werkte prima, weet ik ook meteen weer hoe dat zit.
Ik heb ook een paar ochtendjes meegeholpen met de assistent machinist, om één van de brandstofseparatoren van nieuwe O-ringen te voorzien. Een separator is een soort filter, daar binnenin draait het spul heel hard rond, waardoor je brandstof schoner wordt.
We zijn ondertussen al een heel eind onderweg richting westen, sinds twee weken is er alleen maar water te zien. We hebben nog wel een dag terug moeten varen, omdat er een crewmember ziek was geworden. Hij moest naar het ziekenhuis, helaas kunnen helikopters maar tot een bepaalde afstand uit de kust komen, vandaar dat we om moesten keren. Over een weekje gaan we de evenaar weer over. Dit keer komt neptunes wel langs, dan zijn er een aantal mensen de pineut. Er hangt helemaal een bordje bij de eetzaal met een namenlijst van degenen die nog ‘gedoopt’ moeten worden. Ik sta er dus ook tussen, ben benieuwd (?). Er zijn allerlei voorbereidingen gaande bij het zwembad, en zo te zien word het smerig.
Ik werk van 0600 tot 1800, maar ik ben dit keer na twaalven naar boven gegaan om wat voor school te doen. Voor of na m’n wacht is het niet lang licht buiten, dus heb ook eventjes een uurtje zwembad gepakt. Lekker in het zonnetje, met uitzicht op de twee voorgehangen sleepboten. De mannen die net klaar waren met hun wacht, waren er ook, das wel zo gezellig.
Ondertussen is de bar ook al twee keer open geweest, inclusief biertjes. Normaal mag er hier geen alcohol worden gedronken, maar tijdens een oversteek, als er geen klanten aan boord zijn, kan het gelukkig wel. Zoals sommigen van jullie wel zullen weten, is karaoke erg populair in Azië. Die Maleisiërs doen dat hier dus ook, ik heb me kapot gelachen. Zeker toen er nog een Indiër (van de twee) gek ging doen, hij ging helemaal los, hahaha.
Van de week ga ik weer even langs bij de brug, om wat opdrachtjes voor school te doen. Sterretje schieten enzo, je weet wel, op de ouderwetse manier met een sextant. Kijken op dat een beetje wil lukken. Zondag 6 april rond 15.00 GMT in positie: 03°37.’0 S - 21º50.’1 W.
We hebben de installatielocatie vrijdag de 21e verlaten, de sfeer aan boord was opgelucht. Je kon echt merken dat iedereen blij was dat het geheel netjes stond. De voorbereidingen voor de oversteek naar Curaçao zijn in volle gang. De kranen krijgen tijdens het varen een beurtje, er wordt onder andere een 1000 tons blok gereviseerd. Ook de bakken die gebruikt gaan worden voor het vervangen van de thrusters worden klaargemaakt. Deze dingen noemt men habitats, het is de bedoeling dat ze onder het schip tegen de romp worden geplakt, om een thuster heen. Vervolgens wordt het water eruit gepompt en als alles goed is, kan er dan een gat worden gesneden in de romp, om in de habitat te kunnen komen. Lijkt me zeer interessant om mee te maken, je ziet het niet vaak.
Die Zaterdag daarna hebben we nog een heel tijd in het veld gelegen om de laatste bak vol te laden met materiaal gebruikt voor het project. Denk aan stroppen (lussen staaldraad van elk 20 ton ofzo), en een hele zooi stalen frames welke nodig waren om de stroppen goed in te kunnen haken en de installatie te beschermen tegen beschadiging. Toen was het ontballasten geblazen om richting Pt. Noire, Congo te varen. Ik mocht ook mijn bijdrage leveren vanachter de ballastcomputer, best leuk om kleppen met 800 mm doorsnee aan te sturen. Zondagochtend mocht ik weer ballasten, om de Thialf wat dieper te krijgen vanwege een boot die langszij zou komen. 12 mijl ten westen van Pt. Noire is deze bunkerboot langszij gekomen. Dat is eigenlijk een drijvend tankstation voor schepen. Dit was een hele speciale, wat een ouwe grafbak. Als die in Europa een haven binnen zou komen, zou hij er niet meer uitkomen, omdat het gevaarte eigenlijk aan de ketting hoort. Heb even staan kijken hoe ze aanmeerden en de bunkerslang aannamen, wederom een belevenis. Ondertussen ging één van de machinisten aan boord om peilingen te nemen van de tanks, dit gebeurd na het bunkeren nogmaals, om te bepalen hoeveel we af moeten rekenen. Op een gegeven moment hoorden we luid geschreeuw vanaf de brugvleugel van het barrel, welke lager was dan ons laagste bereikbare buitendek. Een Russische cadet schreeuwde een landgenoot toe, waarna deze schreeuwend naar binnen liep en twee lokale werknemers naar buiten schopte. Met andere woorden: ‘Aan het werk!!!’. En wederom vroeg een Russische officier of we ze aan proviand konden helpen. De kapitein van het barrel was bij ons aan boord gekomen om de medic te bezoeken, hij zat onder de rode vlekken en korsten. Het bleken waterpokken te zijn. Zo tussen neus en lippen door kwam hij met een hele lijst aan etenswaar welke ze graag zouden hebben. Dat feest ging niet door, ze konden wel 150 m3 drinkwater krijgen, hij had het eerst over een beetje. Nu hebben wij goede watermakers (welke zoetwater maken uit zeewater), dus dat kon wel. Ik hoorde van de machinist die aan boord was geweest dat dit hun laatste tankbeurt was, ze hebben nu nog een laatste oversteek naar India, alwaar het schip het strand op word gevaren, naar de sloop.
De dag nadat de nieuwe crew aan boord is gekomen, ben ik beneden in de machinekamer begonnen. Inmiddels loop ik daar nu ruim een week mee, of nou ja, ik loop vooral veel rond. De technische installaties en systemen zijn erg uitgebreid, en aangezien ik best veel moet beschrijven voor m’n takenboek, ben ik wel even bezig. Leidingen volgen en schema’s maken, pompen opzoeken en allerlei andere gegevens verzamelen. Flink veel werk, maar best interessant, ik moet toch weten hoe alles zo’n beetje werkt.
Ik heb tussendoor al meerdere malen geholpen met sleutelen aan enkele motoren. Eén van de oudere, originele MAK-8 cilinders, word momenteel gereviseerd door twee ingehuurde monteurs. Zij worden bijgestaan door een machinist, en zo nu en dan probeer ik ook m’n bijdrage te leveren. De gedemonteerde onderdelen worden met takels uit de ruimte gehaald, om vervolgens met een heftruck richting schoonmaakploeg te gaan.
Er zijn een tijdje geleden wat problemen geweest met enkele generatoren aan dek. Dat zijn relatief kleine dingen (Caterpillar V16 met 1700 kW, voor de geïnteresseerden). Eén daarvan is flink in de soep gelopen en een ander lag ook uit elkaar. Tussendoor heb ik hier ook nog een paar keer meegeholpen met de Filippijnse assistenten, om deze weer in elkaar te zetten. De machinist die zich vooral bezig houdt met deze dekmotoren, had ook nog een leuk klusje voor me. Er moest een speciale tool gemaakt worden om de klepveren van deze motoren los te kunnen maken. Daarvoor moet je ze in kunnen drukken om er dan een soort borging tussenuit te halen. Hij had me uitgelegd wat de bedoeling was en toen heb ik met de hulp van de Maleisische metaalbewerkers deze tool gemaakt. Hij werkte prima, weet ik ook meteen weer hoe dat zit.
Ik heb ook een paar ochtendjes meegeholpen met de assistent machinist, om één van de brandstofseparatoren van nieuwe O-ringen te voorzien. Een separator is een soort filter, daar binnenin draait het spul heel hard rond, waardoor je brandstof schoner wordt.
We zijn ondertussen al een heel eind onderweg richting westen, sinds twee weken is er alleen maar water te zien. We hebben nog wel een dag terug moeten varen, omdat er een crewmember ziek was geworden. Hij moest naar het ziekenhuis, helaas kunnen helikopters maar tot een bepaalde afstand uit de kust komen, vandaar dat we om moesten keren. Over een weekje gaan we de evenaar weer over. Dit keer komt neptunes wel langs, dan zijn er een aantal mensen de pineut. Er hangt helemaal een bordje bij de eetzaal met een namenlijst van degenen die nog ‘gedoopt’ moeten worden. Ik sta er dus ook tussen, ben benieuwd (?). Er zijn allerlei voorbereidingen gaande bij het zwembad, en zo te zien word het smerig.
Ik werk van 0600 tot 1800, maar ik ben dit keer na twaalven naar boven gegaan om wat voor school te doen. Voor of na m’n wacht is het niet lang licht buiten, dus heb ook eventjes een uurtje zwembad gepakt. Lekker in het zonnetje, met uitzicht op de twee voorgehangen sleepboten. De mannen die net klaar waren met hun wacht, waren er ook, das wel zo gezellig.
Ondertussen is de bar ook al twee keer open geweest, inclusief biertjes. Normaal mag er hier geen alcohol worden gedronken, maar tijdens een oversteek, als er geen klanten aan boord zijn, kan het gelukkig wel. Zoals sommigen van jullie wel zullen weten, is karaoke erg populair in Azië. Die Maleisiërs doen dat hier dus ook, ik heb me kapot gelachen. Zeker toen er nog een Indiër (van de twee) gek ging doen, hij ging helemaal los, hahaha.
Van de week ga ik weer even langs bij de brug, om wat opdrachtjes voor school te doen. Sterretje schieten enzo, je weet wel, op de ouderwetse manier met een sextant. Kijken op dat een beetje wil lukken. Zondag 6 april rond 15.00 GMT in positie: 03°37.’0 S - 21º50.’1 W.
De groeten,
Bob
Bob
woensdag 19 maart 2008
Zwart en wit
In de nacht van dinsdag (11-maart) op woensdag (12-maart) zijn de flareboom en de loopbrug vanaf de bak aan dek gehesen. Ze nemen flink veel ruimte in en beslaan bijna de hele breedte van het schip. De sleper welke deze bak naar ons toe heeft gevaren, vroeg ons of ze konden bunkeren (tanken) bij ons. Nogal vreemd omdat ze dat een paar dagen geleden ook al gedaan hadden. De Russische stuurlui daar aan boord vroegen of ze ook wat afval kwijt konden, ook wat drinkwater in konden nemen en als klap op de vuurpijl of wij hun sludge (drab die overblijft na het schoonmaken van de branstof en smeermiddelen) ook wilden afnemen. Dat laatste was toch net even te gek en dat ging gelukkig niet door. Toen ik hoorde dat ze dichterbij zouden komen, vroeg ik of ik te plekke kon gaan kijken. Aan beide zijden van het schip hebben we op het laagste dek waar je nog buiten kunt staan twee grote trommels staan met slangen, één voor fresh water en één voor brandstof. Deze bak is een gigantische drijvende voorraadtank, het gebeurd dus vaker dat er ingehuurde slepers komen bunkeren. Toen ze eenmaal langszij lagen, werden deze slangen omlaag gedraaid en toen begon het wachten. Net als vorige keer, bleken ze niet de standaard makkelijke koppelstukken te hebben voor de slangen. Die gasten maakten geen haast, dus wij gingen ook nog maar even aan de koffie. Toen het eenmaal zover was mocht ik ook nog wat afsluiters opendraaien.
Woensdagochtend, zo rond koffietijd, keek één van de stuurmannen vreemd op, hij zag buiten iets wat niet klopte. Bij de platforms waar we aan het werk zijn, waren ze weer begonnen met het proces. Dat was toch niet helemaal goed gegaan, want er kwam een gigantische zwarte rookpluim vanaf het waterniveau omhoog zetten. Toch fijn dat we een flink eind verderop lagen, en dat ze het proces stilleggen als we dichtbij komen. Heel apart om te zien, alleen niet echt een fijne gedachte, die troep de lucht in. Waarschijnlijk is er wat fout gegaan bij het ontsteken van één van de flarebooms. Deze zetten ze dan open, zodat het brandbare gas/olie eruit komt. Vervolgens is het de bedoeling dat er een soort vuurpijl wordt afgestoken, welke het zootje in de fik zet. Er is te veel van dat brandbare spul uitgekomen voordat het ontstak. Er dreef dus kennelijk een hele zooi olie op het wateroppervlak en toen er eindelijk iets in de brand vloog, ging het wel heel erg hard. De kapitein was er niet echt van onder de indruk, hij vertelde dat het redelijk normaal is, ook in de Golf van Mexico.
De MOB-boot is ook nog een keertje getest, dit kon mooi gecombineerd worden met het aflezen van de diepgangsmerken. Na een tijdje niks van ze gehoord te hebben, zag ik het bootje langszij liggen bij de Husky. De heren waren gezellig op de koffie, er was ook nog eens een jarige daar aan boord. Toen ze weer gingen varen voor een rondje, ze wilden ook een tijdje op vol gas testen, ging er wat verkeerd. Wat wij vanaf de brug zagen was een constante zwarte rookpluim achter het bootje aan. Ze keerden dus maar snel terug richting de haak. Na nader onderzoek door een machinist blijkt er aardig wat kapot te zijn, door water in de motorruimte (hoe komt dat daar dan?...). Ik heb al meerdere keren machinisten zien sleutelen aan het apparaat. Goed dat dit nu aan het licht komt, en niet tijdens een echte actie. Er werd gezegd dat er over een maand of anderhalf een nieuwe zou komen, maar dat blijkt doorgeschoven te zijn naar het budget van 2009.
Van donderdag tot zondag is het wat rustiger aan dek, en dus ook op de brug. We liggen nog steeds een eindje van de locatie af, te wachten op het schip dat de module vervoert. Er hoeft niet constant iemand achter de knoppen te zitten, het schip houdt zichzelf in positie. Als er echter maar een alarmpje afgaat, dan wordt het meteen gecheckt en verholpen. Ik heb inmiddels weer eens een rondje gelopen met één van de stuurmannen. Best fijn om ook eens wat dingen uitgelegd te krijgen, in plaats van er alleen zelf langslopen en er over na te denken. Volgens mij kent hij het schip het beste, vergeleken met het andere brugpersoneel.
Voor m’n takenboek ben ik flink opgeschoten met de reisplanning naar Curaçao, best leuk om te doen. Ik kijk er erg naar uit om daar aan te komen en het allemaal van dichtbij te zien. Ik heb goede hoop gekregen dat we daar aan de wal kunnen komen. Verder is de klus die we daar gaan doen ook best uniek. We gaan ankeren in de St. Michielsbaai, en niet om één of andere offshore-installatie te bouwen. Twee van de zes thrusters worden daar vervangen, terwijl we ‘gewoon’ in het water liggen. Ik heb al gehoord hoe ze dat ongeveer willen doen, en tegen die tijd help ik waarschijnlijk mee in de machinekamer. Dus daarover tegen die tijd meer.
In de nacht van zondag op maandag is het schip met de module aangekomen. Dit is de Tern van Dockwise, met de welbekende oranje schepen. Zij hebben ook half afzinkbare schepen, om gemakkelijk hele zware, drijvende spullen op dek te kunnen krijgen. Toen ik op wacht kwam, lag deze aan de achtersteven vastgeknoopt. Ik ben het van dichtbij gaan bekijken zodra het licht was. Tussen de kranen zag je niets anders dan een gigantisch stalen pakket met allerlei installaties en machines, dat lekker met de deining mee bewoog. Best imposant om te zien. Er gingen al snel wat surveyors over met de crewbasket, om de meegeleverde containers te inspecteren. Toen dat eenmaal klaar was, werden deze losgemaakt (losgebrand, want ze lassen alles vast aan het dek) en aan boord gezet, evenals de sump pile, waar het te bewerken gas door omhoog komt. Daarna gingen we weer richting installatielocatie, om de sump pile erin te prikken. Dat was eigenlijk zo gepiept. Ondertussen was de Tern ons achterna gekomen, zodat we niet een heel eind hoefden te varen met die module aan de haken. We gingen dus weer die kant op, om dat ding op te pikken. De Tern lag voor anker, met de Husky erachter, om het schip in een handige richting te houden.
Nog voordat we onderweg waren, hoorden we over de VHF (het lulijzer) van de Tern, dat er een crewmember goed ziek was geworden. Iets met één van z’n nieren, en z’n temperatuur was maar 35,2 ° C. Wij hebben een medic aan boord, dus de vraag was of die naar hem kon kijken. Na wat denkwerk over de logistiek werd besloten om de patiënt naar ons te brengen. Hij was nog mobiel en hier aan boord is het eventueel makkelijker behandelen dan daar. De Husky werd dus losgeknoopt, en de patiënt ging onder begeleiding met de loodsladder naar beneden. Eenmaal naast de Thialf werd hij in het midden van de crewbasket neergezet, met een paar anderen om hem heen. Hij werd best hard neergesmakt op het dek, maar goed, hij kon naar de medic. Al gauw bleek deze hem niet te kunnen behandelen, en moest hij naar de wal. Ondanks dat de zorg hier best aardig schijnt te zijn, doe je dat natuurlijk liever niet. De Husky lag inmiddels weer vast achter de Tern, terwijl ze nu net graag wat bagage van de patiënt over wilden brengen. Dat ging dus met de MOB-boot van de Husky. Drie keer raden wie het spul omhoog mocht hijsen, ik dus. De eerste tas woog niks en werd helaas wel een beetje nat, omdat ik niet kon zien of ik nog meer moest vieren of al op moest halen. De tweede koffer was een flinke, dat was dus lekker zweten. Deze keer niet geen nattigheid, en toen ik ze boven had meteen naar de vertrekruimte voor de helicopter gelopen. Daar zaten ze te wachten op een heli. Die kerel (een rus) zag er erg beroerd uit, ik denk niet dat hij veel mee heeft gekregen van wat er precies is gebeurd. Z’n collega die met een mee zou gaan zag m’n bezwete hoofd en bedankte me vriendelijk. Het laatste nieuws is dat hij ontslagen is uit het ziekenhuis en onderweg zou moeten zijn. Wat er van die laatste info klopt, is maar de vraag, want ze zijn niet te traceren. Het bleek trouwens een nierkoliek te zijn, nadelige bijwerkingen van een vastzittende niersteen.
Dan weer even terug naar het werk waar we eigenlijk mee bezig waren. Ik mocht op tijd van wacht af, omdat het spannende gedeelte waarschijnlijk ’s nachts zou gebeuren. Ben maar eens even bij het zwembad gaan liggen, prachtig mooie plek om de Tern steeds dichterbij te zien komen (zie bordje op de foto). Ook om even bij te bruinen, ik ben natuurlijk nog winterwit.
Toen ben ik gaan pitten en rond 03.30 werd ik gepord. Ze lagen alweer een tijdje vast, het geheel was losgesneden en het ballasten was in volle gang. Het daadwerkelijke loskomen van de module gebeurd niet door de blokken (haken) omhoog te halen, maar door te ballasten. Eerst wordt er zodanig geballast dat we een eindje voorover liggen, vervolgens trekken de kranen het geheel iets aan en komen we weer achterover. Dan weer ballasten zodat de achterkant omhoog komt en het gewicht er in komt. De Tern werd op koers gehouden door de Husky, wederom met eigen anker vast. Of nouja, vast… Niet echt, bleek toen we op het survey-scherm zagen dat de kont van dat ding richting een zootje pijpleidingen op de bodem bewoog. Gelukkig waren we op tijd vrij, zodat de Husky kon stoppen met trekken en de Tern vooruit kon varen. Nog een scheepslengte verder en de ankerketting had wel over een pijpleiding gelegen. Zij gingen er dus snel vandoor, richting het veilige gebied. De Thialf ging toen richting locatie met 0,4 m/s. Das niet echt rap, maar dat hoeft ook niet. Ik mocht dit stukje achter de knoppen zitten, om de snelheid ongeveer gelijk te houden en af te stoppen voor de 500 m-zone. Best kicken, ook al doet het systeem eigenlijk al het werk. Het systeem werkt met drie bewegingsvrijheden: zijwaarts-voorwaarts/achterwaarts-koers. Ik regelde nu alleen de achterwaartse beweging. Vlak voor de 500 m-cirkel ging hij volledig automatisch (alledrie de componenten dus) en dan meer richting jacket.
Het plaatsen was weer snel gebeurd, ik kon het mooi vanaf het achterdek volgen. Toen de module eenmaal vast stond, zag je meteen de bewegingen van de Thialf weer, de installatie staat immers vast. Heb toen een tijdje bij één van de kraanmachinisten gezeten, om het losmaken van dichtbij te volgen. De slings (stroppen, of nog makkelijker: stukken staaldraad waarmee de module op werd gehesen), werden er aan dek afgehaald. Voorlopig was dat de laatste keer dat het blok (de haak) aan dek zou staan. Ik dus op aanraden van de kraandrijver naar beneden en hij vanuit de cabine foto’s maken. Uiteraard ook nog even het populaire ‘poseren-voor-het-blok-plaatje’ geschoten vanaf dek, met twee Maleisiërs van dek. Die moesten even daarvoor nog hard lachen toen de kraandrijver niet op hun commando’s reageerde omdat hij buiten z’n cabine stond om een fotootje van mij te schieten.
Goed, dat was het weer voorlopig, het is weer een heel verhaal. Blijf vooral reageren! De antwoorden op de gestelde vragen zal ik ook eens bij elkaar gooien.
Woensdagochtend, zo rond koffietijd, keek één van de stuurmannen vreemd op, hij zag buiten iets wat niet klopte. Bij de platforms waar we aan het werk zijn, waren ze weer begonnen met het proces. Dat was toch niet helemaal goed gegaan, want er kwam een gigantische zwarte rookpluim vanaf het waterniveau omhoog zetten. Toch fijn dat we een flink eind verderop lagen, en dat ze het proces stilleggen als we dichtbij komen. Heel apart om te zien, alleen niet echt een fijne gedachte, die troep de lucht in. Waarschijnlijk is er wat fout gegaan bij het ontsteken van één van de flarebooms. Deze zetten ze dan open, zodat het brandbare gas/olie eruit komt. Vervolgens is het de bedoeling dat er een soort vuurpijl wordt afgestoken, welke het zootje in de fik zet. Er is te veel van dat brandbare spul uitgekomen voordat het ontstak. Er dreef dus kennelijk een hele zooi olie op het wateroppervlak en toen er eindelijk iets in de brand vloog, ging het wel heel erg hard. De kapitein was er niet echt van onder de indruk, hij vertelde dat het redelijk normaal is, ook in de Golf van Mexico.
De MOB-boot is ook nog een keertje getest, dit kon mooi gecombineerd worden met het aflezen van de diepgangsmerken. Na een tijdje niks van ze gehoord te hebben, zag ik het bootje langszij liggen bij de Husky. De heren waren gezellig op de koffie, er was ook nog eens een jarige daar aan boord. Toen ze weer gingen varen voor een rondje, ze wilden ook een tijdje op vol gas testen, ging er wat verkeerd. Wat wij vanaf de brug zagen was een constante zwarte rookpluim achter het bootje aan. Ze keerden dus maar snel terug richting de haak. Na nader onderzoek door een machinist blijkt er aardig wat kapot te zijn, door water in de motorruimte (hoe komt dat daar dan?...). Ik heb al meerdere keren machinisten zien sleutelen aan het apparaat. Goed dat dit nu aan het licht komt, en niet tijdens een echte actie. Er werd gezegd dat er over een maand of anderhalf een nieuwe zou komen, maar dat blijkt doorgeschoven te zijn naar het budget van 2009.
Van donderdag tot zondag is het wat rustiger aan dek, en dus ook op de brug. We liggen nog steeds een eindje van de locatie af, te wachten op het schip dat de module vervoert. Er hoeft niet constant iemand achter de knoppen te zitten, het schip houdt zichzelf in positie. Als er echter maar een alarmpje afgaat, dan wordt het meteen gecheckt en verholpen. Ik heb inmiddels weer eens een rondje gelopen met één van de stuurmannen. Best fijn om ook eens wat dingen uitgelegd te krijgen, in plaats van er alleen zelf langslopen en er over na te denken. Volgens mij kent hij het schip het beste, vergeleken met het andere brugpersoneel.
Voor m’n takenboek ben ik flink opgeschoten met de reisplanning naar Curaçao, best leuk om te doen. Ik kijk er erg naar uit om daar aan te komen en het allemaal van dichtbij te zien. Ik heb goede hoop gekregen dat we daar aan de wal kunnen komen. Verder is de klus die we daar gaan doen ook best uniek. We gaan ankeren in de St. Michielsbaai, en niet om één of andere offshore-installatie te bouwen. Twee van de zes thrusters worden daar vervangen, terwijl we ‘gewoon’ in het water liggen. Ik heb al gehoord hoe ze dat ongeveer willen doen, en tegen die tijd help ik waarschijnlijk mee in de machinekamer. Dus daarover tegen die tijd meer.
In de nacht van zondag op maandag is het schip met de module aangekomen. Dit is de Tern van Dockwise, met de welbekende oranje schepen. Zij hebben ook half afzinkbare schepen, om gemakkelijk hele zware, drijvende spullen op dek te kunnen krijgen. Toen ik op wacht kwam, lag deze aan de achtersteven vastgeknoopt. Ik ben het van dichtbij gaan bekijken zodra het licht was. Tussen de kranen zag je niets anders dan een gigantisch stalen pakket met allerlei installaties en machines, dat lekker met de deining mee bewoog. Best imposant om te zien. Er gingen al snel wat surveyors over met de crewbasket, om de meegeleverde containers te inspecteren. Toen dat eenmaal klaar was, werden deze losgemaakt (losgebrand, want ze lassen alles vast aan het dek) en aan boord gezet, evenals de sump pile, waar het te bewerken gas door omhoog komt. Daarna gingen we weer richting installatielocatie, om de sump pile erin te prikken. Dat was eigenlijk zo gepiept. Ondertussen was de Tern ons achterna gekomen, zodat we niet een heel eind hoefden te varen met die module aan de haken. We gingen dus weer die kant op, om dat ding op te pikken. De Tern lag voor anker, met de Husky erachter, om het schip in een handige richting te houden.
Nog voordat we onderweg waren, hoorden we over de VHF (het lulijzer) van de Tern, dat er een crewmember goed ziek was geworden. Iets met één van z’n nieren, en z’n temperatuur was maar 35,2 ° C. Wij hebben een medic aan boord, dus de vraag was of die naar hem kon kijken. Na wat denkwerk over de logistiek werd besloten om de patiënt naar ons te brengen. Hij was nog mobiel en hier aan boord is het eventueel makkelijker behandelen dan daar. De Husky werd dus losgeknoopt, en de patiënt ging onder begeleiding met de loodsladder naar beneden. Eenmaal naast de Thialf werd hij in het midden van de crewbasket neergezet, met een paar anderen om hem heen. Hij werd best hard neergesmakt op het dek, maar goed, hij kon naar de medic. Al gauw bleek deze hem niet te kunnen behandelen, en moest hij naar de wal. Ondanks dat de zorg hier best aardig schijnt te zijn, doe je dat natuurlijk liever niet. De Husky lag inmiddels weer vast achter de Tern, terwijl ze nu net graag wat bagage van de patiënt over wilden brengen. Dat ging dus met de MOB-boot van de Husky. Drie keer raden wie het spul omhoog mocht hijsen, ik dus. De eerste tas woog niks en werd helaas wel een beetje nat, omdat ik niet kon zien of ik nog meer moest vieren of al op moest halen. De tweede koffer was een flinke, dat was dus lekker zweten. Deze keer niet geen nattigheid, en toen ik ze boven had meteen naar de vertrekruimte voor de helicopter gelopen. Daar zaten ze te wachten op een heli. Die kerel (een rus) zag er erg beroerd uit, ik denk niet dat hij veel mee heeft gekregen van wat er precies is gebeurd. Z’n collega die met een mee zou gaan zag m’n bezwete hoofd en bedankte me vriendelijk. Het laatste nieuws is dat hij ontslagen is uit het ziekenhuis en onderweg zou moeten zijn. Wat er van die laatste info klopt, is maar de vraag, want ze zijn niet te traceren. Het bleek trouwens een nierkoliek te zijn, nadelige bijwerkingen van een vastzittende niersteen.
Dan weer even terug naar het werk waar we eigenlijk mee bezig waren. Ik mocht op tijd van wacht af, omdat het spannende gedeelte waarschijnlijk ’s nachts zou gebeuren. Ben maar eens even bij het zwembad gaan liggen, prachtig mooie plek om de Tern steeds dichterbij te zien komen (zie bordje op de foto). Ook om even bij te bruinen, ik ben natuurlijk nog winterwit.
Het plaatsen was weer snel gebeurd, ik kon het mooi vanaf het achterdek volgen. Toen de module eenmaal vast stond, zag je meteen de bewegingen van de Thialf weer, de installatie staat immers vast. Heb toen een tijdje bij één van de kraanmachinisten gezeten, om het losmaken van dichtbij te volgen. De slings (stroppen, of nog makkelijker: stukken staaldraad waarmee de module op werd gehesen), werden er aan dek afgehaald. Voorlopig was dat de laatste keer dat het blok (de haak) aan dek zou staan. Ik dus op aanraden van de kraandrijver naar beneden en hij vanuit de cabine foto’s maken. Uiteraard ook nog even het populaire ‘poseren-voor-het-blok-plaatje’ geschoten vanaf dek, met twee Maleisiërs van dek. Die moesten even daarvoor nog hard lachen toen de kraandrijver niet op hun commando’s reageerde omdat hij buiten z’n cabine stond om een fotootje van mij te schieten.
Goed, dat was het weer voorlopig, het is weer een heel verhaal. Blijf vooral reageren! De antwoorden op de gestelde vragen zal ik ook eens bij elkaar gooien.
dinsdag 11 maart 2008
Zone phortyfive
Jaja, daar ben ik weer! Nog steeds op dezelfde locatie, de klus is immers voorlopig nog niet af. De laatste verlengstukken van de piles zaten er vrijdagochtend op en ze zijn een heel tijd bezig geweest met laswerkzaamheden. Op de brug wordt het weer goed in de gaten gehouden. Niet alleen door de ‘meteoroloog’, maar ook door de stuurmannen. Vooral hogere deining en squalls (buien, gepaard met aardige windstoten) zouden een probleem kunnen zijn. De chief mate zag laatst een buitje aankomen van ver, met wat meer wind. De meteoroloog had dit nog niet echt door, dus die sprong meteen in het gareel toen hij er weet van kreeg. De wind is al gauw spelbreker, vanaf 20 knopen wordt het al gevaarlijk voor de werkzaamheden, terwijl dat eigenlijk geen zak voorstelt.
Dat het best krap steekt, blijkt wel uit het volgende. We liggen op dezelfde positie, enkel met behulp van de thrusters. Donderdag werd er in verband met het plaatsen van de piles gevraagd of we een meter of 10 naar bakboord wilden verplaatsen. Dat is richting een stuk of vijf bestaande installaties. De mannen van de survey (met de gedetailleerde plannen van het project op een computerscherm) zetten dan een kopietje van de Thialf in de nieuwe positie, om te kijken of het past, en tot waar we moeten moven. Ik werd naar buiten gestuurd met een radiootje om te checken of we echt niet te dicht bij de flareboom zouden komen. Dat is simpel gezegd een uitstekend stuk pijp, waarmee een deel van het geproduceerde gas wordt afgefakkeld. We lagen daar uiteindelijk minder dan 20 meter vanaf, al was het moeilijk in te schatten. Gelukkig staan die dingen uit, haha. Die vuurtjes zijn zo intens dat je op een afstand van 50 meter nog geroosterd word.
De kleine crewbootjes varen hier af en aan, ik vraag me steeds af waarom al die gasten zo vaak heen en weer moeten tussen de platforms. De bestuurders van de bootjes praten als piloten: ‘stand-by number 5, roger-roger’. Er zijn ook al eens wat lokale suppliers (bevoorradingsboten) langs geweest om wat af te zetten of op te pikken. Heb een keer staan kijken op de brug, terwijl ik de communicatie volgde tussen de dekploeg van dat bootje en onze kraan. ‘DOWN, DOWN, DOWN!!!’ – veel meer zeiden ze niet terwijl het containertje wel erg ver op richting achterschip op het dek belande. De mannen op onze eigen slepers hebben het truukje duidelijk beter door. Vrijdag kwam er weer nog zo één langs om wat op te pikken, bleek hij tijdens het overzetten eigenlijk helemaal geen plek te hebben op z’n dek, lekker snugger.
Spullen hebben ze hier toch wel, niet alleen veel bootjes, maar ook een eigen in-field helicopter, die staat ’s nachts op het helideck van het platform naast ons. Dat apparaat is gloednieuw en al best vaak geland op ons helideck. Soms enkel voor een custom-clearance voor één van de lokale scheepjes die spullen en mensen voor ons vervoeren. Gaat helemaal nergens over. Ik kan waarschijnlijk wel een keer meehelpen met de Helicopter Landing Officer, als er eentje aankomt. Ziet er best interessant uit.
De quartermaster (het hulpje van de safety-officer) is al een paar dagen bezig met het testen van de brandmelders. Dat zijn er nogal wat, gelukkig hoeven ze niet allemaal te worden getest. Ik zit dan bij het alarmpaneel op de brug, om de alarmen snel weg te drukken en te verifiëren voordat het algemeen alarm echt afgaat. Uloh (spreek uit oeloeh) de quartermaster is een grappig klein mannetje, die wel weet waar hij het over heeft. ‘Yes Bob, going to rigger store now, zone portyfive’. Dan weet ik ten minste wat ik kan verwachten. Hij gaat met z’n hulpje langs alle melders, met een rookpotje. Gelukkig is hij niet de hele dag bezig, want er gaat best veel tijd in zitten.
Toen de swell wat hoger was van de week, zijn enkele trossen welke de bak langszij houden gebroken. Deze werden weer gerepareerd door een aantal Maleisiërs, even twee eindjes aan elkaar splitsen of een nieuw oog maken. Ik kreeg door dat ze daar mee bezig gingen, dus ik heb ze opgezocht om ze te helpen en wat van ze te leren. Mooie mannetjes, ze vonden het best leuk dat ik kwam helpen. De meesten zijn superklein en wegen misschien 50 kg, maar als je ziet hoe ze soms bezig zijn, moeten ze nog best sterk zijn. Sommigen moeten wel echt aan het werk gezet worden, anders gebeurd er niet veel. Het schijnt dat die gasten erg weinig betaald krijgen, omdat er veel geld blijft hangen bij de bureau’s waar ze staan ingeschreven.
Vrijdag ben ik met pikheet (koffietijd) even een broodje naar één van de kraandrijvers wezen brengen. Dat stelde hij wel op prijs, zij zitten ergens hoog en ver weg van de alle koffietafels. Daarna ben ik nog even langs de hammer-control room geweest. Ze waren bezig met het heien van de laatste pile, dus daar moest ik natuurlijk nog even snel langs. Ze hadden voor het laatste stuk de grotere hammer gepakt, deze worden hydraulisch aangedreven. De leidingen hebben een doorsnede van ongeveer 20 cm, kun je nagaan wat daar doorheen gaat, onder een druk van ongeveer 250 bar. Ze hadden nog bijna brand gehad in de powerpack-room. Dat is de ruimte waar een stuk of 12 kleine motoren staan welke de hydrauliekpompen aandrijven. Eén van de machinisten vertelde me dat hij bij een controlerondje merkte dat één van de hydrauliekleidingen lekte, hij had dus snel verteld dat ze af moesten gaan bouwen en niet in ene stop zetten omdat dit de lekkage zou vergroten. Na een tijdje afbouwen zag één van de oliers (smeermiddelmannetjes) vlammen, die ragde meteen op de noodstop en gelukkig bleef het daar bij. De machinist deed er vrij nuchter over, maar vertelde erbij dat het hok al een keer was afgefikt.
Zondag en maandag ben ik nogmaals langs alle peilbuizen gegaan, dit keer met een expert. Hij is aan boord gekomen voor een inclinatietest, kort gezegd heeft dat te maken met de stabiliteit van het schip. Omdat er zoveel versleuteld is aan dit schip- er zijn echt honderden tonnes bijgekomen, is er flink wat veranderd aan de oude waarden. Om gewichtsgegevens te bepalen moet er zo precies mogelijk worden vastgesteld hoeveel massa zich in de tanks bevindt. Dat gebeurd door middel van peilen, een lang peillint wordt op het niveau dat de sensoren aangeven ingesmeerd met waterfinding paste. Dat spulletje kleurt roze, en als je het op de goede plek hebt gesmeerd, dan weet je na één keer peilen vrij precies hoeveel er in zit. Er klopte meerdere keren geen reet van, dus soms moest dat lint er meerdere malen in. De tekening die ik vorige keer heb gebruikt om bordjes te plakken bij de pijlbuizen, blijkt ook niet helemaal te kloppen. Alle 42 peilbuizen voor ballastwatertanks heb ik nu meerdere keren gezien en ik weet ze ondertussen goed te vinden. Ik begin zelfs lichtelijk peilbuizenmoe te worden, hahaha. Hoort er bij, over een paar weken moet het waarschijnlijk weer. Ik ben allang blij dat het niet dagelijks moet gebeuren.
Maandagochtend hoorde ik dat de MOB-boot (Man OverBoord boot) getest zou worden. De heren machinisten en de safety-officer hadden niet veel vertrouwen in het apparaat, omdat hij al twee jaar niet gebruikt is en vanaf nieuwbouw (halverwege ’80) al buiten hangt. Op zich zijn de noodzakelijke dingen wel gedaan, behalve frequent testen. Dat werd dus weer een keer tijd. Ik ging maar eens kijken, hoe ze zich aan het voorbereiden waren. De Husky standby in de buurt, wat gereedschap mee en de klant gevraagd om toestemming. Ze vroegen mij de handrem te bedienen waarmee het ding (gecontroleerd) naar beneden gaat. Eenmaal op het water beland, startte het bootje en ze gingen er vandoor. Hij bleef het doen en ze gingen als een speer. ’s Middags ging de volgende wacht nog een keer testen, drie keer raden wie er ook mee mocht. Ik dus, met de 2e stuurman mee (allebei als een kind zo blij, hahaha), de safety-officer, een machinist, een rigger en een dummy in die oranje augurk naar beneden. Best even spannend, ook al lagen we in ballast (lekker laag dus), zeker als je de safety ook zenuwachtig ziet kijken. Eenmaal op het water heerlijk gevaren in het zonnetje, met de 2e aan het roer. Het zeetje was heerlijk vlak, alleen een beetje zeegang. Even naar de Husky heen en weer, welke een halve mijl verderop lag. Halverwege werd de dummy overboord gegooid, welke later op de proffesionele (ehum) manier dichterbij werd gehaald met de pikhaak. Ik mocht natuurlijk ook even spelen, dus nog maar een keer heen en weer tussen de Husky en de Thialf. Wederom imposant om het grote gevaarte van onder te bekijken. Vanaf dek zie je minder goed hoe groot het eigenlijk allemaal is. Helaas begon toen de ouderdom van het bootje op te spelen. Het acculampje ging branden, de voltmeter gaf minder aan dan eerst en even later deed geen van de drie metertjes het meer. Het motortje draaide gelukkig nog prima, maar voor de zekerheid toch terug gegaan richting Thialf. De machinist wilde het risico niet nemen. Jammer, want we waren maar net begonnen en de Husky lag toch dichtbij. Maarja, toch best tricky als je niet kan zien of het motortje niet te heet wordt ofzo. Het was nog best lastig om die augurk netjes onder de launching hook te krijgen en weer in te haken. Die jojo’s aan dek hadden de haak iets omhoog gedaan en die kregen we niet meteen vast. Omhoog aan die staaldraad was toch iets spannender dan omlaag, lekker zwieren met dat ding. Toen ik ’s avonds na het sporten nog even buiten liep, zag ik dat er een electrician bezig was achter het instrumentpaneeltje, dus ik meteen even kijken (en ouwenelen). Waarschijnlijk is het niks ernstigs, wat losse contacten enzo, volgens planning gaat hij binnenkort wel weer te water.
Dinsdag hebben de mannen aan dek het jacket klaargemaakt voor de volgende stap. Volgens planning komt de topside (module welke op de jacket komt) de 16e aan. Deze kan er in principe nu al bijna opgeplaatst worden. Vandaag is nog een sleper met een bak aangekomen, hierop ligt een flareboom (je weet wel, zo’n fakkel) en een loopbrug klaar. We zijn aan het begin van de avond uitgemoved en deze twee onderdelen zullen waarschijnlijk morgenochtend wel aan boord zijn gehesen. Ze blijven dan aan dek staan tot we de topside hebben geplaatst.
Het is de laatste dagen wat regenachtiger geweest. Af en toe flink grijze wolken en er is één zeer flinke bui geweest. De speciaal ingehuurde weerman die we aan boord hebben kijkt eigenlijk meer op z’n computer dan naar buiten, tot ergernis van de stuurmannen. Nu hij weet hoe wij gebruik maken van de radar om te zien wat de buien doen, vraagt hij vaak of ik deze even af wil stellen zodat we de buien goed in de gaten kunnen houden. Regen op zich maakt weinig uit, maar de wind die dan vaak opsteekt is lastiger. Vanmiddag waren we de donkere wolkenmassa’s weer in de gaten aan het houden, toen de 2e stuurman opeens over tornado’s begon (met een gekke bek). Wij snel kijken, bleek er op een mijl of 3/4 een windhoos te zitten. Je weet wel, dat is zo’n stofzuiger die vanaf het wolkendek naar beneden reikt. Best apart om te zien, jammer dat het geen waterhoos werd. Tot zover de laatste aflevering van de serie ‘spannende verhalen’ van Bob.
En oja: bedankt voor de reacties! Leuk om te lezen!
Dat het best krap steekt, blijkt wel uit het volgende. We liggen op dezelfde positie, enkel met behulp van de thrusters. Donderdag werd er in verband met het plaatsen van de piles gevraagd of we een meter of 10 naar bakboord wilden verplaatsen. Dat is richting een stuk of vijf bestaande installaties. De mannen van de survey (met de gedetailleerde plannen van het project op een computerscherm) zetten dan een kopietje van de Thialf in de nieuwe positie, om te kijken of het past, en tot waar we moeten moven. Ik werd naar buiten gestuurd met een radiootje om te checken of we echt niet te dicht bij de flareboom zouden komen. Dat is simpel gezegd een uitstekend stuk pijp, waarmee een deel van het geproduceerde gas wordt afgefakkeld. We lagen daar uiteindelijk minder dan 20 meter vanaf, al was het moeilijk in te schatten. Gelukkig staan die dingen uit, haha. Die vuurtjes zijn zo intens dat je op een afstand van 50 meter nog geroosterd word.
De kleine crewbootjes varen hier af en aan, ik vraag me steeds af waarom al die gasten zo vaak heen en weer moeten tussen de platforms. De bestuurders van de bootjes praten als piloten: ‘stand-by number 5, roger-roger’. Er zijn ook al eens wat lokale suppliers (bevoorradingsboten) langs geweest om wat af te zetten of op te pikken. Heb een keer staan kijken op de brug, terwijl ik de communicatie volgde tussen de dekploeg van dat bootje en onze kraan. ‘DOWN, DOWN, DOWN!!!’ – veel meer zeiden ze niet terwijl het containertje wel erg ver op richting achterschip op het dek belande. De mannen op onze eigen slepers hebben het truukje duidelijk beter door. Vrijdag kwam er weer nog zo één langs om wat op te pikken, bleek hij tijdens het overzetten eigenlijk helemaal geen plek te hebben op z’n dek, lekker snugger.
Spullen hebben ze hier toch wel, niet alleen veel bootjes, maar ook een eigen in-field helicopter, die staat ’s nachts op het helideck van het platform naast ons. Dat apparaat is gloednieuw en al best vaak geland op ons helideck. Soms enkel voor een custom-clearance voor één van de lokale scheepjes die spullen en mensen voor ons vervoeren. Gaat helemaal nergens over. Ik kan waarschijnlijk wel een keer meehelpen met de Helicopter Landing Officer, als er eentje aankomt. Ziet er best interessant uit.
De quartermaster (het hulpje van de safety-officer) is al een paar dagen bezig met het testen van de brandmelders. Dat zijn er nogal wat, gelukkig hoeven ze niet allemaal te worden getest. Ik zit dan bij het alarmpaneel op de brug, om de alarmen snel weg te drukken en te verifiëren voordat het algemeen alarm echt afgaat. Uloh (spreek uit oeloeh) de quartermaster is een grappig klein mannetje, die wel weet waar hij het over heeft. ‘Yes Bob, going to rigger store now, zone portyfive’. Dan weet ik ten minste wat ik kan verwachten. Hij gaat met z’n hulpje langs alle melders, met een rookpotje. Gelukkig is hij niet de hele dag bezig, want er gaat best veel tijd in zitten.
Toen de swell wat hoger was van de week, zijn enkele trossen welke de bak langszij houden gebroken. Deze werden weer gerepareerd door een aantal Maleisiërs, even twee eindjes aan elkaar splitsen of een nieuw oog maken. Ik kreeg door dat ze daar mee bezig gingen, dus ik heb ze opgezocht om ze te helpen en wat van ze te leren. Mooie mannetjes, ze vonden het best leuk dat ik kwam helpen. De meesten zijn superklein en wegen misschien 50 kg, maar als je ziet hoe ze soms bezig zijn, moeten ze nog best sterk zijn. Sommigen moeten wel echt aan het werk gezet worden, anders gebeurd er niet veel. Het schijnt dat die gasten erg weinig betaald krijgen, omdat er veel geld blijft hangen bij de bureau’s waar ze staan ingeschreven.
Vrijdag ben ik met pikheet (koffietijd) even een broodje naar één van de kraandrijvers wezen brengen. Dat stelde hij wel op prijs, zij zitten ergens hoog en ver weg van de alle koffietafels. Daarna ben ik nog even langs de hammer-control room geweest. Ze waren bezig met het heien van de laatste pile, dus daar moest ik natuurlijk nog even snel langs. Ze hadden voor het laatste stuk de grotere hammer gepakt, deze worden hydraulisch aangedreven. De leidingen hebben een doorsnede van ongeveer 20 cm, kun je nagaan wat daar doorheen gaat, onder een druk van ongeveer 250 bar. Ze hadden nog bijna brand gehad in de powerpack-room. Dat is de ruimte waar een stuk of 12 kleine motoren staan welke de hydrauliekpompen aandrijven. Eén van de machinisten vertelde me dat hij bij een controlerondje merkte dat één van de hydrauliekleidingen lekte, hij had dus snel verteld dat ze af moesten gaan bouwen en niet in ene stop zetten omdat dit de lekkage zou vergroten. Na een tijdje afbouwen zag één van de oliers (smeermiddelmannetjes) vlammen, die ragde meteen op de noodstop en gelukkig bleef het daar bij. De machinist deed er vrij nuchter over, maar vertelde erbij dat het hok al een keer was afgefikt.
Zondag en maandag ben ik nogmaals langs alle peilbuizen gegaan, dit keer met een expert. Hij is aan boord gekomen voor een inclinatietest, kort gezegd heeft dat te maken met de stabiliteit van het schip. Omdat er zoveel versleuteld is aan dit schip- er zijn echt honderden tonnes bijgekomen, is er flink wat veranderd aan de oude waarden. Om gewichtsgegevens te bepalen moet er zo precies mogelijk worden vastgesteld hoeveel massa zich in de tanks bevindt. Dat gebeurd door middel van peilen, een lang peillint wordt op het niveau dat de sensoren aangeven ingesmeerd met waterfinding paste. Dat spulletje kleurt roze, en als je het op de goede plek hebt gesmeerd, dan weet je na één keer peilen vrij precies hoeveel er in zit. Er klopte meerdere keren geen reet van, dus soms moest dat lint er meerdere malen in. De tekening die ik vorige keer heb gebruikt om bordjes te plakken bij de pijlbuizen, blijkt ook niet helemaal te kloppen. Alle 42 peilbuizen voor ballastwatertanks heb ik nu meerdere keren gezien en ik weet ze ondertussen goed te vinden. Ik begin zelfs lichtelijk peilbuizenmoe te worden, hahaha. Hoort er bij, over een paar weken moet het waarschijnlijk weer. Ik ben allang blij dat het niet dagelijks moet gebeuren.
Maandagochtend hoorde ik dat de MOB-boot (Man OverBoord boot) getest zou worden. De heren machinisten en de safety-officer hadden niet veel vertrouwen in het apparaat, omdat hij al twee jaar niet gebruikt is en vanaf nieuwbouw (halverwege ’80) al buiten hangt. Op zich zijn de noodzakelijke dingen wel gedaan, behalve frequent testen. Dat werd dus weer een keer tijd. Ik ging maar eens kijken, hoe ze zich aan het voorbereiden waren. De Husky standby in de buurt, wat gereedschap mee en de klant gevraagd om toestemming. Ze vroegen mij de handrem te bedienen waarmee het ding (gecontroleerd) naar beneden gaat. Eenmaal op het water beland, startte het bootje en ze gingen er vandoor. Hij bleef het doen en ze gingen als een speer. ’s Middags ging de volgende wacht nog een keer testen, drie keer raden wie er ook mee mocht. Ik dus, met de 2e stuurman mee (allebei als een kind zo blij, hahaha), de safety-officer, een machinist, een rigger en een dummy in die oranje augurk naar beneden. Best even spannend, ook al lagen we in ballast (lekker laag dus), zeker als je de safety ook zenuwachtig ziet kijken. Eenmaal op het water heerlijk gevaren in het zonnetje, met de 2e aan het roer. Het zeetje was heerlijk vlak, alleen een beetje zeegang. Even naar de Husky heen en weer, welke een halve mijl verderop lag. Halverwege werd de dummy overboord gegooid, welke later op de proffesionele (ehum) manier dichterbij werd gehaald met de pikhaak. Ik mocht natuurlijk ook even spelen, dus nog maar een keer heen en weer tussen de Husky en de Thialf. Wederom imposant om het grote gevaarte van onder te bekijken. Vanaf dek zie je minder goed hoe groot het eigenlijk allemaal is. Helaas begon toen de ouderdom van het bootje op te spelen. Het acculampje ging branden, de voltmeter gaf minder aan dan eerst en even later deed geen van de drie metertjes het meer. Het motortje draaide gelukkig nog prima, maar voor de zekerheid toch terug gegaan richting Thialf. De machinist wilde het risico niet nemen. Jammer, want we waren maar net begonnen en de Husky lag toch dichtbij. Maarja, toch best tricky als je niet kan zien of het motortje niet te heet wordt ofzo. Het was nog best lastig om die augurk netjes onder de launching hook te krijgen en weer in te haken. Die jojo’s aan dek hadden de haak iets omhoog gedaan en die kregen we niet meteen vast. Omhoog aan die staaldraad was toch iets spannender dan omlaag, lekker zwieren met dat ding. Toen ik ’s avonds na het sporten nog even buiten liep, zag ik dat er een electrician bezig was achter het instrumentpaneeltje, dus ik meteen even kijken (en ouwenelen). Waarschijnlijk is het niks ernstigs, wat losse contacten enzo, volgens planning gaat hij binnenkort wel weer te water.
Dinsdag hebben de mannen aan dek het jacket klaargemaakt voor de volgende stap. Volgens planning komt de topside (module welke op de jacket komt) de 16e aan. Deze kan er in principe nu al bijna opgeplaatst worden. Vandaag is nog een sleper met een bak aangekomen, hierop ligt een flareboom (je weet wel, zo’n fakkel) en een loopbrug klaar. We zijn aan het begin van de avond uitgemoved en deze twee onderdelen zullen waarschijnlijk morgenochtend wel aan boord zijn gehesen. Ze blijven dan aan dek staan tot we de topside hebben geplaatst.
Het is de laatste dagen wat regenachtiger geweest. Af en toe flink grijze wolken en er is één zeer flinke bui geweest. De speciaal ingehuurde weerman die we aan boord hebben kijkt eigenlijk meer op z’n computer dan naar buiten, tot ergernis van de stuurmannen. Nu hij weet hoe wij gebruik maken van de radar om te zien wat de buien doen, vraagt hij vaak of ik deze even af wil stellen zodat we de buien goed in de gaten kunnen houden. Regen op zich maakt weinig uit, maar de wind die dan vaak opsteekt is lastiger. Vanmiddag waren we de donkere wolkenmassa’s weer in de gaten aan het houden, toen de 2e stuurman opeens over tornado’s begon (met een gekke bek). Wij snel kijken, bleek er op een mijl of 3/4 een windhoos te zitten. Je weet wel, dat is zo’n stofzuiger die vanaf het wolkendek naar beneden reikt. Best apart om te zien, jammer dat het geen waterhoos werd. Tot zover de laatste aflevering van de serie ‘spannende verhalen’ van Bob.
En oja: bedankt voor de reacties! Leuk om te lezen!
dinsdag 4 maart 2008
Natte voeten
Inmiddels zijn we vlak bij de Hermod geweest en van sleepboot verwisseld. Zij zijn hier ook in de buurt bezig. Er zijn (maar) 4 koelcontainers met nieuw eetwerk binnengekomen. Ik heb zelf nog even in de vriescontainers gestaan (-15˚ C), de kok nam me mee voor een rondje. Veel lege schappen en stellages, welke dus bijgevuld werden door het Maleisische kombuispersoneel. Heb nog even staan helpen, met een warme jas aan naar binnen. Die gasten waren aan het knallen zeg, met die zware pakken vlees enzo. Dik ingepakt leken het net eskimo’s.
Er is woensdag ook een bak langsgekomen met allerlei gereedschap erop, dat is inmiddels overgeladen en staat netjes aan dek te wachten. Dingen als ILT’s (soort klemmen om de heipalen aan op te hijsen) en hydraulic hammers (gigantische heihamer) enzo. Mooi om te zien hoe ze die bak vastknoopten.
Van één van de stuurmannen moest ik de peilbuizen voor de ballasttanks opzoeken. Dat zijn er 42 door het hele schip. Dus daar ben ik wel een tijdje mee bezig geweest, ondanks dat ik een kaartje met locaties mee had. Gelukkig is de boel symmetrisch. Ik moest ze controleren op gangbaarheid, i.v.m. mogelijke peilingen die dan snel kunnen worden genomen. Natuurlijk een taak voor de stagiair, dan leert hij meteen het schip beter kennen. Bij het opendraaien van één van die pijlbuizen onderin het schip, heb ik dus flink natte voeten gekregen. Er hoorde geen water uit te komen werd me op de brug verteld, gelukkig kreeg ik hem redelijk snel weer dicht. Nu doe ik het veel voorzichtiger, er lag nogal een flinke plas in die ruimte.
Wat werkzaamheden op de brug betreft, word ik vaak ingezet om te zorgen dat de zenders van de verschillende referentiesystemen voor het positioneren op de juiste plaats zijn. Verder heb ik een klein reisplanninkje gemaakt naar locatie en ben ik een stapel kaartverbeteringen aan het wegwerken. Ik heb een beetje meegeholpen met ballasten en ik kijk mee tijdens het precisie manoeuvreerwerk.
We liggen nu tussen/in/boven Takula oil field, en zijn omringd door installaties, rigs en flares (megafakkels waarmee een deel van het geproduceerde gas wordt weggefikt). Er zijn nieuwe mensen aan boord, o.a. om het geheel voor de klant in de gaten te houden. Daarnaast ook meteolui, het moet namelijk geen slecht weer worden. Het zeetje is vanaf de thialf gezien heerlijk vlak. Misschien een half metertje swell. Die meteolui hebben een boei welke golfgegevens opneemt en doorstuurt. Die moest in een bepaalde positie worden neergezet. Dat gebeurde met behulp van de Husky, en ik mocht meehelpen van de heren op de brug. Ik dus met één van de weermannen mee met de boei om deze vanaf de Husky te prepareren en overboord te zetten. Natuurlijk weer met de crew basket door de lucht, da’s echt prachtig om te doen. Vanaf de Husky was de swell wel duidelijk merkbaar. Toen de boei overboord was gezet heb ik even met één van de machinisten een rondje gedaan door de machinekamer. Ik vroeg of hij me wat wilde laten zien en dat wilde hij wel. Ook erg gaaf om te zien, en wat een extreem verschil met het grote gevaarte.
Er zijn ook wat mensen die de communicatie voeren met de installaties. Daar waren namelijk weer mensen van ons bezig met de systemen en apparatuur om precies op de goede plek te komen en daar te blijven. Zij moesten een nacht op de installaties doorbrengen, omdat nachttransport niet mogelijk was.
Toen ik zaterdagochtend op wacht kwam, waren we al redelijk dichtbij de installatielocatie. De bak met het jacket (de fundatie, zegmaar) en heipalen lag al onder de kranen afgemeerd. Ik heb weer even meegekeken met het ballasten nadat ik wat plaatjes had geplakt bij de peilbuizen voor de ballasttanks en toen werd me aangeraden om het gebeuren weer vanaf dek te volgen. Ik ben toen naar de cabine van de bakboord kraan gegaan, daar zat één van de kraandrijvers wie ik al eerder had gesproken. Aardige kerel. Ik had een radiootje mee omdat ze me vanaf de brug zouden roepen als één van de zenders op de bodem gezet moest worden. Ze riepen me ruim op tijd op, ben toen naar beneden gegaan richting zender. Ik heb superlang bij dat liertje zitten wachten, had beter wat langer aan dek kunnen blijven om het geheel te volgen. Vanaf het weatherdek, het laagste dek waar je nog naar buiten kunt, zag ik de bestaande installaties langzaam steeds dichterbij komen. Veel van de Afrikaanse werknemers hingen over de reling te kijken naar de Thialf. Volgens mij zag ik in een flits een zootje haaien bakkeleien in het water, of in iedere geval grote vissen. Natuurlijk net te laat met de camera. Toen de zon eenmaal doorbrak werd het weer flink heet, zeker meer dan 30 graden. Er was bijna geen wind en er stond een klein zeegangetje, zo ongeveer als vanaf het begin. Af en toe staat er wat meer deining, en het waait ook wel eens wat harder en soms een klein beetje regen, maar tot nu toe is het weertje best consistent hier. Zondag was het redelijk helder, en konden we de kust zien, ook al is die een aardig eind weg. Jammer dat ik bijna geen indruk krijg van de landen hier, maar goed, dat spreekt weer tot de verbeelding.
Als het goed is, ben ik voorlopig klaar met die peilbuizen. Samen met de 2e machinist heb ik geprobeerd de resterende zes vastgerotte soundingpipes geprobeerd te openen. Heet stoken, rammen met een hamer en een grote pijpsleutel erop om lekker veel kracht te kunnen zetten. Nu nog zitten er drie muurvast, dat wordt professioneel doorgeschoven naar de mechanics. Deze mensen zijn de handige helpers voor de machinisten, veel Maleisiërs, maar ook een paar Hollanders.
Zaterdag werd ik na het avondeten weer door de kok meegenomen, naar de inmiddels volgestampte koel- en vriesruimten. Waar je vorige keer nog kon squashen binnen, hadden we nu maar paadjes van maximaal 40 cm breed. Ik stond versteld te kijken. Van bitterballen tot een zootje teilbotten (grootste was 35 kg!), van een schap vol kazen tot ananassen van meer dan 5 kilo. Er is in totaal voor zo’n twaalf containers aan opslagruimte.
Waar we niet veel meer van hebben zijn bonded stores, (toiletartikelen en tabak, dat soort spul). Ik vroeg vandaag aan de man die daar over gaat of ik een beetje douchegel kon scoren, ik kwam terug met een waterflesje van een liter met handzeep, hahaha. Ruikt ook best lekker.
Ik leer de mensen steeds beter kennen. Er zijn hier zoveel verschillende functies, best makkelijk als je weet wie je waarvoor aan kunt spreken. Nu de meeste mij ook een beetje kennen, zijn ze erg behulpzaam. Niet allemaal natuurlijk, maar dat merk ik gauw genoeg.
Maandag zijn we begonnen met het plaatsen van de piles (heipalen). Deze zakten alle vier al een meter of drie de zeebodem in, vanwege het eigen gewicht. De Thialf moest elke keer bij het oppakken van een pile uitgemoved worden (gecontroleerd een meter of 60 terug varen), om daar de piles van de bak af te pakken met beide kranen. Ik kon wederom elke keer de transponder omhoog halen en weer laten zakken. Dan moeten de kraandrijvers de piles verticaal zien te krijgen. Daarna het moeilijkste: goed richten om ze in de jacket te prikken. Niet echt makkelijk, want het spul staat onder een hoek. Maandagavond na m’n wacht heb ik nog weer even bij één van de kraandrijvers in de cabine gezeten tijdens het heien. Prachtig figuur, ik lach me kapot om die kerel, echt typisch.
Er is woensdag ook een bak langsgekomen met allerlei gereedschap erop, dat is inmiddels overgeladen en staat netjes aan dek te wachten. Dingen als ILT’s (soort klemmen om de heipalen aan op te hijsen) en hydraulic hammers (gigantische heihamer) enzo. Mooi om te zien hoe ze die bak vastknoopten.
Van één van de stuurmannen moest ik de peilbuizen voor de ballasttanks opzoeken. Dat zijn er 42 door het hele schip. Dus daar ben ik wel een tijdje mee bezig geweest, ondanks dat ik een kaartje met locaties mee had. Gelukkig is de boel symmetrisch. Ik moest ze controleren op gangbaarheid, i.v.m. mogelijke peilingen die dan snel kunnen worden genomen. Natuurlijk een taak voor de stagiair, dan leert hij meteen het schip beter kennen. Bij het opendraaien van één van die pijlbuizen onderin het schip, heb ik dus flink natte voeten gekregen. Er hoorde geen water uit te komen werd me op de brug verteld, gelukkig kreeg ik hem redelijk snel weer dicht. Nu doe ik het veel voorzichtiger, er lag nogal een flinke plas in die ruimte.
Wat werkzaamheden op de brug betreft, word ik vaak ingezet om te zorgen dat de zenders van de verschillende referentiesystemen voor het positioneren op de juiste plaats zijn. Verder heb ik een klein reisplanninkje gemaakt naar locatie en ben ik een stapel kaartverbeteringen aan het wegwerken. Ik heb een beetje meegeholpen met ballasten en ik kijk mee tijdens het precisie manoeuvreerwerk.
We liggen nu tussen/in/boven Takula oil field, en zijn omringd door installaties, rigs en flares (megafakkels waarmee een deel van het geproduceerde gas wordt weggefikt). Er zijn nieuwe mensen aan boord, o.a. om het geheel voor de klant in de gaten te houden. Daarnaast ook meteolui, het moet namelijk geen slecht weer worden. Het zeetje is vanaf de thialf gezien heerlijk vlak. Misschien een half metertje swell. Die meteolui hebben een boei welke golfgegevens opneemt en doorstuurt. Die moest in een bepaalde positie worden neergezet. Dat gebeurde met behulp van de Husky, en ik mocht meehelpen van de heren op de brug. Ik dus met één van de weermannen mee met de boei om deze vanaf de Husky te prepareren en overboord te zetten. Natuurlijk weer met de crew basket door de lucht, da’s echt prachtig om te doen. Vanaf de Husky was de swell wel duidelijk merkbaar. Toen de boei overboord was gezet heb ik even met één van de machinisten een rondje gedaan door de machinekamer. Ik vroeg of hij me wat wilde laten zien en dat wilde hij wel. Ook erg gaaf om te zien, en wat een extreem verschil met het grote gevaarte.
Er zijn ook wat mensen die de communicatie voeren met de installaties. Daar waren namelijk weer mensen van ons bezig met de systemen en apparatuur om precies op de goede plek te komen en daar te blijven. Zij moesten een nacht op de installaties doorbrengen, omdat nachttransport niet mogelijk was.
Toen ik zaterdagochtend op wacht kwam, waren we al redelijk dichtbij de installatielocatie. De bak met het jacket (de fundatie, zegmaar) en heipalen lag al onder de kranen afgemeerd. Ik heb weer even meegekeken met het ballasten nadat ik wat plaatjes had geplakt bij de peilbuizen voor de ballasttanks en toen werd me aangeraden om het gebeuren weer vanaf dek te volgen. Ik ben toen naar de cabine van de bakboord kraan gegaan, daar zat één van de kraandrijvers wie ik al eerder had gesproken. Aardige kerel. Ik had een radiootje mee omdat ze me vanaf de brug zouden roepen als één van de zenders op de bodem gezet moest worden. Ze riepen me ruim op tijd op, ben toen naar beneden gegaan richting zender. Ik heb superlang bij dat liertje zitten wachten, had beter wat langer aan dek kunnen blijven om het geheel te volgen. Vanaf het weatherdek, het laagste dek waar je nog naar buiten kunt, zag ik de bestaande installaties langzaam steeds dichterbij komen. Veel van de Afrikaanse werknemers hingen over de reling te kijken naar de Thialf. Volgens mij zag ik in een flits een zootje haaien bakkeleien in het water, of in iedere geval grote vissen. Natuurlijk net te laat met de camera. Toen de zon eenmaal doorbrak werd het weer flink heet, zeker meer dan 30 graden. Er was bijna geen wind en er stond een klein zeegangetje, zo ongeveer als vanaf het begin. Af en toe staat er wat meer deining, en het waait ook wel eens wat harder en soms een klein beetje regen, maar tot nu toe is het weertje best consistent hier. Zondag was het redelijk helder, en konden we de kust zien, ook al is die een aardig eind weg. Jammer dat ik bijna geen indruk krijg van de landen hier, maar goed, dat spreekt weer tot de verbeelding.
Als het goed is, ben ik voorlopig klaar met die peilbuizen. Samen met de 2e machinist heb ik geprobeerd de resterende zes vastgerotte soundingpipes geprobeerd te openen. Heet stoken, rammen met een hamer en een grote pijpsleutel erop om lekker veel kracht te kunnen zetten. Nu nog zitten er drie muurvast, dat wordt professioneel doorgeschoven naar de mechanics. Deze mensen zijn de handige helpers voor de machinisten, veel Maleisiërs, maar ook een paar Hollanders.
Zaterdag werd ik na het avondeten weer door de kok meegenomen, naar de inmiddels volgestampte koel- en vriesruimten. Waar je vorige keer nog kon squashen binnen, hadden we nu maar paadjes van maximaal 40 cm breed. Ik stond versteld te kijken. Van bitterballen tot een zootje teilbotten (grootste was 35 kg!), van een schap vol kazen tot ananassen van meer dan 5 kilo. Er is in totaal voor zo’n twaalf containers aan opslagruimte.
Waar we niet veel meer van hebben zijn bonded stores, (toiletartikelen en tabak, dat soort spul). Ik vroeg vandaag aan de man die daar over gaat of ik een beetje douchegel kon scoren, ik kwam terug met een waterflesje van een liter met handzeep, hahaha. Ruikt ook best lekker.
Ik leer de mensen steeds beter kennen. Er zijn hier zoveel verschillende functies, best makkelijk als je weet wie je waarvoor aan kunt spreken. Nu de meeste mij ook een beetje kennen, zijn ze erg behulpzaam. Niet allemaal natuurlijk, maar dat merk ik gauw genoeg.
Maandag zijn we begonnen met het plaatsen van de piles (heipalen). Deze zakten alle vier al een meter of drie de zeebodem in, vanwege het eigen gewicht. De Thialf moest elke keer bij het oppakken van een pile uitgemoved worden (gecontroleerd een meter of 60 terug varen), om daar de piles van de bak af te pakken met beide kranen. Ik kon wederom elke keer de transponder omhoog halen en weer laten zakken. Dan moeten de kraandrijvers de piles verticaal zien te krijgen. Daarna het moeilijkste: goed richten om ze in de jacket te prikken. Niet echt makkelijk, want het spul staat onder een hoek. Maandagavond na m’n wacht heb ik nog weer even bij één van de kraandrijvers in de cabine gezeten tijdens het heien. Prachtig figuur, ik lach me kapot om die kerel, echt typisch.
Ik vermaak me hier nog best. Veel van de stuurmannen zitten alweer te piepen dat ze naar huis willen, ik moet nog even....ehum
Grote groeten,
Bob
p.s.: Als je een reactie kwijt wilt, graag! Klik op '(.)reacties' onder een bericht, dan opent zich een scherm met een venstertje waar je wat kan tikken. Er staat ook een aantal letters, welke je invult in de balk eronder, woordverificatie heet dat. Vervolgens kies je voor naam/url of anoniem en druk je op reactie publiceren.
maandag 25 februari 2008
Vanaf het zuidelijk halfrond
Vanaf het zuidelijk halfrond
Inmiddels zijn we weer een aantal dagen verder, er is weer genoeg gebeurd. De zenders welke op de zeebodem worden neergezet voor positiebepaling waren verder geprepareerd. Op een gegeven moment ging ik weer met de 1e stuurman mee naar het weather deck, waar die dingen aan een staaldraadje over boord worden gezet. Na wat instructies ging hij terug naar de brug om de transponders in het systeem te krijgen. Eén van de twee hadden we op de zeebodem staan, maar deze kregen ze niet aan de praat. De andere transponder heb ik toen ook laten zakken, deze ging echter maar tot een meter of 14 diep, hij belandde vanwege de stroming op de bakboord drijver. Beide dus weer omhoog gehaald, er zijn zat andere referentiesystemen. Hierbij hoort ook nog een systeem met lasers, er worden dan spiegels gemonteerd op de installatie waar aan gewerkt wordt, en de apparatuur haalt hier dan een afstand en richting uit. Er waren twee van deze spiegels klaargemaakt onderin één van de kranen, terwijl er drie nodig waren. Ik werd dus op pad gestuurd om te zorgen dat dit goed gebeurde, de mannen op de brug stuurden een voorman van de dekploeg naar me toe. Ik liet zien wat de bedoeling was en hij regelde een lasser die de bevestiging maakte, nog wat klemmen en ik kon het geheel in elkaar zetten.
Het plaatsen van de module op FPSO Ceiba ging gesmeerd. Ik heb op aanraden van de stuurmannen het geheel vanaf dek gevolgd.
Erg gaaf om het van dichtbij te zien, ik kon één van de spiegels op een meter of 40 zien hangen. Dit was gedaan door iemand van ons (assistent superintendent) die daar al aan boord was gekomen voor de voorbereidingen. Er was ook nog een filmploeg aan boord, zij waren volgens mij van de klant. 
Ik heb inmiddels al aardig wat uurtjes door het schip gestruind. Meerdere korte rondjes met één van de stuurmannen. Vrijdag ben ik op eigen houtje naar beneden gegaan, in de machinekamer loopt ook een nieuwe assistent machinist rond. Hij kent de weg ook nog niet heel goed, dus we hebben samen van alles opgezocht. Ik heb onder andere vier van de zes thrusters (360˚ draaibare schroeven) van dichtbij gezien. Ten minste, zo dicht bij als mogelijk, zonder nat te worden, van binnenuit dus. Dat betekend een heel groot aantal trappen en ladders op en af. Heb vrijdag in totaal een uurtje of vier rondgelopen, en ik heb nog lang niet alles gezien. Het is buiten overdag minimaal 30˚ graden, dan voelt een gekoelde ruimte voor elektronica opeens erg fris aan.
De eerste muster drill heb ik ook meegemaakt, ik kwam toen net weer op de brug van m’n ‘rondje’ en kreeg meteen een zwemvest in m’n handen geduwd. Het enige wat de meeste crewmembers hoeven te doen, is met een pasje langs een lezertje bij een toegewezen lifeboat.Zaterdag waren er ook nog twee firedrills, in elke wachtperiode ééntje. Ik heb ze allebei meegemaakt vanaf verschillende plekken, best leuk om mee te maken en ook leerzaam. De eerste keer liep ik mee met de safety-officer, hij hield in de gaten hoe alle betrokken crewmembers reageerden. Er was zogenaamd brand in de machinekamer van een kraan, er waren bordjes neergezet met rook en verderop met vuur. Vlakbij lag een dummy, bij een schakelbord, die had dus zogenaamd een optater gehad waardoor onder andere z’n haar overeind stond. Goed, de fireteams werden gealarmeerd, eerst kwam het quick response team, zij stelde het slachtoffer veilig, daarna het firefighting team. Zij proberen hun ding te doen, net als de medic met de brancardploeg. Op de brug gebeurd natuurlijk ook van alles wat communicatie betreft, de tweede keer volgde ik het geheel vanaf daar. In de evaluaties kwamen veel punten van verbetering naar voren, maar op zich waren de reacties positief.
Mijn eerste koerswijziging met het gevaarte is ook een feit, het waren maar 3 graadjes, maar het gaf wel een stoer gevoel, dat moet ik toegeven. Inmiddels heb ik het al een paar keer vaker gedaan, uiteraard met iemand die over de schouder meekijkt. We zijn op sleep achter de Retreiver, en af en toe wijzigen we koers in overleg met hen en dan moeten we zorgen dat we er weer netjes achter komen te liggen.
Inmiddels zijn de evenaar gepasseerd, dat gebeurde vrijdag aan het begin van de middag. Best apart voor de eerste keer, maar geen vreemde taferelen met neptunus die langskwam. Waarschijnlijk maar goed ook, voor mij dan. Volgens planning komen we maandagochtend aan op locatie nabij Pt. Noire, alwaar de nieuwe stores aan boord komen en ander materiaal overgezet wordt. Daar moeten we een ander kraanschip van de firma, de Hermod ook kunnen zien. We wisselen van sleepboot, omdat de Retriever voor onderhoud richting dok moet in Europa. De Husky komt ons dan voorlopig assisteren, deze was de laatste tijd bij de Hermod in de buurt. Dan is het nog zo’n 30 mijl varen naar het volgende project, dat is een volledig nieuwe installatie, vanaf jacket en verder. Een jacket is het framewerk dat de fundatie vormt van de installatie, deze wordt met een zootje megaheipalen vastgezet op de bodem. De rest komt er daarna op.
Zondag ben ik weer op m’n gemakje alleen rond gaan struinen om alles een beetje te leren kennen. Met een paar formulieren waarop gegevens ingevuld moeten worden over bijna alles wat aan boord is, voor m’n takenboek. Wat ik tegenkwam heb ik alvast genoteerd.’s Middags was er een introductiepresentatie over persoonlijke veiligheid, veel daarvan sprak voor zich vond ik. Het eten was echt culinair, da’s altijd op zondag, schijnt. Dit keer had ik (er was nog meer keus): carpaccio van vis (zalm en witvis), gestoofde zeebaarsfilet met zalm, frietjes en worteltjes als hoofdgerecht en een gebakje met slagroom, aardbeien en van die chocoladesauspatroontjes op het bord als dessert. We hebben momenteel een hele goede kok, Bertus, aardige kerel. Ik kreeg ’s avonds zelfs nog een keer een carpaccio voor op m’n boterhammetjes.
Goed, dat was het weer voorlopig. Grote groeten!
Inmiddels zijn we weer een aantal dagen verder, er is weer genoeg gebeurd. De zenders welke op de zeebodem worden neergezet voor positiebepaling waren verder geprepareerd. Op een gegeven moment ging ik weer met de 1e stuurman mee naar het weather deck, waar die dingen aan een staaldraadje over boord worden gezet. Na wat instructies ging hij terug naar de brug om de transponders in het systeem te krijgen. Eén van de twee hadden we op de zeebodem staan, maar deze kregen ze niet aan de praat. De andere transponder heb ik toen ook laten zakken, deze ging echter maar tot een meter of 14 diep, hij belandde vanwege de stroming op de bakboord drijver. Beide dus weer omhoog gehaald, er zijn zat andere referentiesystemen. Hierbij hoort ook nog een systeem met lasers, er worden dan spiegels gemonteerd op de installatie waar aan gewerkt wordt, en de apparatuur haalt hier dan een afstand en richting uit. Er waren twee van deze spiegels klaargemaakt onderin één van de kranen, terwijl er drie nodig waren. Ik werd dus op pad gestuurd om te zorgen dat dit goed gebeurde, de mannen op de brug stuurden een voorman van de dekploeg naar me toe. Ik liet zien wat de bedoeling was en hij regelde een lasser die de bevestiging maakte, nog wat klemmen en ik kon het geheel in elkaar zetten.
Het plaatsen van de module op FPSO Ceiba ging gesmeerd. Ik heb op aanraden van de stuurmannen het geheel vanaf dek gevolgd.
Ik heb inmiddels al aardig wat uurtjes door het schip gestruind. Meerdere korte rondjes met één van de stuurmannen. Vrijdag ben ik op eigen houtje naar beneden gegaan, in de machinekamer loopt ook een nieuwe assistent machinist rond. Hij kent de weg ook nog niet heel goed, dus we hebben samen van alles opgezocht. Ik heb onder andere vier van de zes thrusters (360˚ draaibare schroeven) van dichtbij gezien. Ten minste, zo dicht bij als mogelijk, zonder nat te worden, van binnenuit dus. Dat betekend een heel groot aantal trappen en ladders op en af. Heb vrijdag in totaal een uurtje of vier rondgelopen, en ik heb nog lang niet alles gezien. Het is buiten overdag minimaal 30˚ graden, dan voelt een gekoelde ruimte voor elektronica opeens erg fris aan.
De eerste muster drill heb ik ook meegemaakt, ik kwam toen net weer op de brug van m’n ‘rondje’ en kreeg meteen een zwemvest in m’n handen geduwd. Het enige wat de meeste crewmembers hoeven te doen, is met een pasje langs een lezertje bij een toegewezen lifeboat.Zaterdag waren er ook nog twee firedrills, in elke wachtperiode ééntje. Ik heb ze allebei meegemaakt vanaf verschillende plekken, best leuk om mee te maken en ook leerzaam. De eerste keer liep ik mee met de safety-officer, hij hield in de gaten hoe alle betrokken crewmembers reageerden. Er was zogenaamd brand in de machinekamer van een kraan, er waren bordjes neergezet met rook en verderop met vuur. Vlakbij lag een dummy, bij een schakelbord, die had dus zogenaamd een optater gehad waardoor onder andere z’n haar overeind stond. Goed, de fireteams werden gealarmeerd, eerst kwam het quick response team, zij stelde het slachtoffer veilig, daarna het firefighting team. Zij proberen hun ding te doen, net als de medic met de brancardploeg. Op de brug gebeurd natuurlijk ook van alles wat communicatie betreft, de tweede keer volgde ik het geheel vanaf daar. In de evaluaties kwamen veel punten van verbetering naar voren, maar op zich waren de reacties positief.
Mijn eerste koerswijziging met het gevaarte is ook een feit, het waren maar 3 graadjes, maar het gaf wel een stoer gevoel, dat moet ik toegeven. Inmiddels heb ik het al een paar keer vaker gedaan, uiteraard met iemand die over de schouder meekijkt. We zijn op sleep achter de Retreiver, en af en toe wijzigen we koers in overleg met hen en dan moeten we zorgen dat we er weer netjes achter komen te liggen.
Inmiddels zijn de evenaar gepasseerd, dat gebeurde vrijdag aan het begin van de middag. Best apart voor de eerste keer, maar geen vreemde taferelen met neptunus die langskwam. Waarschijnlijk maar goed ook, voor mij dan. Volgens planning komen we maandagochtend aan op locatie nabij Pt. Noire, alwaar de nieuwe stores aan boord komen en ander materiaal overgezet wordt. Daar moeten we een ander kraanschip van de firma, de Hermod ook kunnen zien. We wisselen van sleepboot, omdat de Retriever voor onderhoud richting dok moet in Europa. De Husky komt ons dan voorlopig assisteren, deze was de laatste tijd bij de Hermod in de buurt. Dan is het nog zo’n 30 mijl varen naar het volgende project, dat is een volledig nieuwe installatie, vanaf jacket en verder. Een jacket is het framewerk dat de fundatie vormt van de installatie, deze wordt met een zootje megaheipalen vastgezet op de bodem. De rest komt er daarna op.
Zondag ben ik weer op m’n gemakje alleen rond gaan struinen om alles een beetje te leren kennen. Met een paar formulieren waarop gegevens ingevuld moeten worden over bijna alles wat aan boord is, voor m’n takenboek. Wat ik tegenkwam heb ik alvast genoteerd.’s Middags was er een introductiepresentatie over persoonlijke veiligheid, veel daarvan sprak voor zich vond ik. Het eten was echt culinair, da’s altijd op zondag, schijnt. Dit keer had ik (er was nog meer keus): carpaccio van vis (zalm en witvis), gestoofde zeebaarsfilet met zalm, frietjes en worteltjes als hoofdgerecht en een gebakje met slagroom, aardbeien en van die chocoladesauspatroontjes op het bord als dessert. We hebben momenteel een hele goede kok, Bertus, aardige kerel. Ik kreeg ’s avonds zelfs nog een keer een carpaccio voor op m’n boterhammetjes.
Goed, dat was het weer voorlopig. Grote groeten!
donderdag 21 februari 2008
Aan boord in Afrika
Hallo beste lezers! Inmiddels zit ik alweer ruim 36 uur aan boord. (inmiddels al langer, omdat ik dit bericht niet meteen kon verzenden). Onder professionele begeleiding van één van de 1st stuurmannen ben ik zondagavond richting zuiden vertrokken. Om 21.00 vertrok het vliegtuig richting Malabo, een vlucht van ongeveer 9 uur, met een tussenstop in Tunis. Bijna het hele vliegtuig zat vol met Heerema- crew (±130 man dacht ik gehoord te hebben). Op het vliegveld al wat mensen gesproken, veel aardige gasten.
Aangekomen op vliegveld Malabo, meteen na de slurf paspoorten inleveren, dat schijnt hier normaal te zijn. Daarna in de ‘aankomsthal’ wachten op de bagage en daarna in de rij voor de tassencontrole. Mr. Röntgen is hier nog niet langs geweest, dus dat duurde een tijdje, want alles moest open (op commando in gebarentaal). Daarna in de bus richting haven, want daar lag de AHT (Anchor Handling Tug) Retriever, welke ons naar de Thialf zou brengen. Wegwerkzaamheden worden hier uiteraard niet met alle toeters en bellen aangekondigd als in Nederland, maar ik zat wel erg raar te kijken toen ik wat vrouwen op de linkerbaan (2 baansweg) de weg zag vegen. Schijnt wederom normaal te zijn, "Da’s nou Afrika", zeiden ze.
Eenmaal op de Retreiver met de mannen op bezoek op de brug. Erg leuk om even te zien, gaaf apparaat. Hier was de kapitein en HWTK ook al, dus die ook alvast ontmoet. Het was flink mistig en we konden de gestalte van de Thialf al zien liggen in de mist, erg indrukwekkend naarmate we dichterbij kwamen. Daar aangekomen ging er steeds 10 man gelijk in de crew basket omhoog(soort mandje om mensen in te vervoeren). Bijna niemand had dat door, en veel mannen hadden onverklaarbaar veel haast, dus dat was een beetje chaotisch. Na even rustig afgewacht te hebben ook meegegaan de lucht in, zo’n 30 meter omhoog.

Aan boord van de Thialf bagage uit de container halen welke eerder aan dek was gezet, daarna melden en inchecken (pasje+lezer=piep). Belangrijke persoonlijke documenten inleveren bij de Medic en dan op zoek naar m’n hut. Nummer 3013, tweepersoons hut, met badkamer gedeeld met naastliggende hut. Ik heb hem voorlopig voor mezelf, en ook de naastliggende hut is (nog) leeg. Na een safety-briefing voor de nieuwkomers even langs op de brug. Hier loop ik waarschijnlijk voorlopig mee, ik heb de 06.00-18.00 shift.
Gisteravond (dinsdag) heb ik meegekeken met een andere 1ste stuurman, hij was bezig met ontballasten om op de vaardiepgang te komen. Dit duurde uiteraard wel even, want het gaat om zeer grote hoeveelheden zeewater. (Ondanks een pompopbrengst van ongeveer 1 zwembad in 2 minuten per pomp). Rond 23.00 vertrokken we richting FPSO Ceiba (ik zeg: google), om daar een module bij te plaatsen, met een gewicht van ‘maar’ 707 ton. We verwachten morgenochtend aan te komen. Ik zag dat er een NO-GO-area was ingetekend in de radar, niet veel later hoorde ik dat de president van Equatoriaal Guinea onze voorgangers op de brug had opgebeld om te vertellen dat we z’n uizicht bedierven. Ook dat is Afrika?
Vanmorgen op tijd begonnen en proberen wat simpele dingetjes te doen op de brug. Ik had onder andere een ‘klusje’ van de Kapitein gekregen: afstanden bepalen van Ceiba via pt. Noire naar het volgende project. Voor de kust van pt. Noire (Equatoriaal Guinea) worden nieuwe stores aan boord genomen (o.a. vers eetwerk, want dat is al tijdje geleden is mij verteld). Verder worden er nog wat dingen van boord gezet en ander materiaal weer aan boord genomen. Voor het project na Ceiba gaan we een complete installatie opbouwen, dat is een flinke klus. Dit is voor de kust van Angola, op grofweg 300 mijl zuidelijk van de evenaar. Ik ben zeer benieuwd hoe dat allemaal gaat lopen.
Verder heb ik vandaag een stukje rondgelopen met één van de officieren, we zijn onder andere bij de lifeboats langs geweest, in het fundament van de kranen, daarna naar beneden een zooi immense winches gezien, toen nog verder omlaag gegaan naar één van de pompkamers. Als ik er nu naartoe zou moeten, zou me dat niet één-twee-drie lukken. Het is allemaal zó groot en er is zó veel, voordat ik de weg goed weet ben ik nog wel even bezig.
Na op de brug weer bezig geweest met het opzoeken van scheepsgegevens om naar school te sturen, ben ik met de stuurman van de volgende wacht op zoek gegaan naar wat apparatuur voor positiebepaling tijdens het liften. Er worden meerdere referentiesystemen gebruikt om deze machine op dezelfde positie te houden. Eén hiervan is met behulp van een zender op de bodem. Als er wat veranderd aan de positie van het schip ziet deze apparatuur dat als een afwijking in afstand en richting, zodat er gecorrigeerd kan worden. We hebben de zender deels alvast aan een soort zwembandje en een gewicht gebonden en klaargezet bij de reling.
En toen zat mijn wacht er al weer op, nog even wat gegeten en daarna richting hut. Nu ga ik maar eens pitten, ik hoop snel weer een update te kunnen geven. Groeten vanaf de Atlantic!
Aangekomen op vliegveld Malabo, meteen na de slurf paspoorten inleveren, dat schijnt hier normaal te zijn. Daarna in de ‘aankomsthal’ wachten op de bagage en daarna in de rij voor de tassencontrole. Mr. Röntgen is hier nog niet langs geweest, dus dat duurde een tijdje, want alles moest open (op commando in gebarentaal). Daarna in de bus richting haven, want daar lag de AHT (Anchor Handling Tug) Retriever, welke ons naar de Thialf zou brengen. Wegwerkzaamheden worden hier uiteraard niet met alle toeters en bellen aangekondigd als in Nederland, maar ik zat wel erg raar te kijken toen ik wat vrouwen op de linkerbaan (2 baansweg) de weg zag vegen. Schijnt wederom normaal te zijn, "Da’s nou Afrika", zeiden ze.
Eenmaal op de Retreiver met de mannen op bezoek op de brug. Erg leuk om even te zien, gaaf apparaat. Hier was de kapitein en HWTK ook al, dus die ook alvast ontmoet. Het was flink mistig en we konden de gestalte van de Thialf al zien liggen in de mist, erg indrukwekkend naarmate we dichterbij kwamen. Daar aangekomen ging er steeds 10 man gelijk in de crew basket omhoog(soort mandje om mensen in te vervoeren). Bijna niemand had dat door, en veel mannen hadden onverklaarbaar veel haast, dus dat was een beetje chaotisch. Na even rustig afgewacht te hebben ook meegegaan de lucht in, zo’n 30 meter omhoog.
Aan boord van de Thialf bagage uit de container halen welke eerder aan dek was gezet, daarna melden en inchecken (pasje+lezer=piep). Belangrijke persoonlijke documenten inleveren bij de Medic en dan op zoek naar m’n hut. Nummer 3013, tweepersoons hut, met badkamer gedeeld met naastliggende hut. Ik heb hem voorlopig voor mezelf, en ook de naastliggende hut is (nog) leeg. Na een safety-briefing voor de nieuwkomers even langs op de brug. Hier loop ik waarschijnlijk voorlopig mee, ik heb de 06.00-18.00 shift.
Gisteravond (dinsdag) heb ik meegekeken met een andere 1ste stuurman, hij was bezig met ontballasten om op de vaardiepgang te komen. Dit duurde uiteraard wel even, want het gaat om zeer grote hoeveelheden zeewater. (Ondanks een pompopbrengst van ongeveer 1 zwembad in 2 minuten per pomp). Rond 23.00 vertrokken we richting FPSO Ceiba (ik zeg: google), om daar een module bij te plaatsen, met een gewicht van ‘maar’ 707 ton. We verwachten morgenochtend aan te komen. Ik zag dat er een NO-GO-area was ingetekend in de radar, niet veel later hoorde ik dat de president van Equatoriaal Guinea onze voorgangers op de brug had opgebeld om te vertellen dat we z’n uizicht bedierven. Ook dat is Afrika?
Vanmorgen op tijd begonnen en proberen wat simpele dingetjes te doen op de brug. Ik had onder andere een ‘klusje’ van de Kapitein gekregen: afstanden bepalen van Ceiba via pt. Noire naar het volgende project. Voor de kust van pt. Noire (Equatoriaal Guinea) worden nieuwe stores aan boord genomen (o.a. vers eetwerk, want dat is al tijdje geleden is mij verteld). Verder worden er nog wat dingen van boord gezet en ander materiaal weer aan boord genomen. Voor het project na Ceiba gaan we een complete installatie opbouwen, dat is een flinke klus. Dit is voor de kust van Angola, op grofweg 300 mijl zuidelijk van de evenaar. Ik ben zeer benieuwd hoe dat allemaal gaat lopen.
Verder heb ik vandaag een stukje rondgelopen met één van de officieren, we zijn onder andere bij de lifeboats langs geweest, in het fundament van de kranen, daarna naar beneden een zooi immense winches gezien, toen nog verder omlaag gegaan naar één van de pompkamers. Als ik er nu naartoe zou moeten, zou me dat niet één-twee-drie lukken. Het is allemaal zó groot en er is zó veel, voordat ik de weg goed weet ben ik nog wel even bezig.
Na op de brug weer bezig geweest met het opzoeken van scheepsgegevens om naar school te sturen, ben ik met de stuurman van de volgende wacht op zoek gegaan naar wat apparatuur voor positiebepaling tijdens het liften. Er worden meerdere referentiesystemen gebruikt om deze machine op dezelfde positie te houden. Eén hiervan is met behulp van een zender op de bodem. Als er wat veranderd aan de positie van het schip ziet deze apparatuur dat als een afwijking in afstand en richting, zodat er gecorrigeerd kan worden. We hebben de zender deels alvast aan een soort zwembandje en een gewicht gebonden en klaargezet bij de reling.
En toen zat mijn wacht er al weer op, nog even wat gegeten en daarna richting hut. Nu ga ik maar eens pitten, ik hoop snel weer een update te kunnen geven. Groeten vanaf de Atlantic!
maandag 11 februari 2008
Nog één week
Zozo, het staat bijna te gebeuren! Vorige week woensdag ontving ik een mailtje met de volgende titel: 'Oproepgegevens Thialf week 8 - vertrek maandag 18 februari'.
Hierin staat dat ik volgende week maandag om 21.00 met het vliegtuig vanaf Schiphol vertrek richting Malabo, Equatoriaal Guinea, dat is West Afrika. Geplande aankomsttijd is 5:50 en we hebben een tankstop in Tunesië. Er gaat een mannetje of 35 voor Heerema die kant op, om allemaal op te stappen op de Thialf. Met één van de gegadigden heb ik contact gehad, hij neemt me op sleeptouw richting het schip. Wederom goed geregeld door Heerema. Op aanraden van meerdere werknemers ga ik m'n laptop toch maar meenemen. Hopelijk wordtie niet gejat daar in Afrika. Verder ga ik vandaag of morgen maar eens beginnen met het klaarzetten van m'n tas, dan kan die langzaamaan gevult worden tot de toegestane 15 kg.
Zaterdag was m'n afscheidsfeestje, het was zeer gezellig en het was leuk om iedereen nog even te spreken. Familie en vrienden hadden hun best voor me gedaan, toch wel voor een aparte aangelegenheid. Want ja, het is best vreemd hoor, om voor een heel tijdje afscheid te moeten nemen. Ik heb leuke kadootjes en veel 'wijze raad' gehad. Hartstikke bedankt hiervoor en ik zal jullie missen!
donderdag 17 januari 2008
Nog een maandje
Ondertussen heb ik de laatste tentamens afgerond en hoogstwaarschijnlijk heb ik genoeg punten behaald om weg te mogen. Hierover krijg ik volgende week uitsluitsel.
Ik ben in december voor een uitgebreide medische keuring naar Rotterdam geweest, daar heb ik al de nodige vaccinaties gehad. Verder heb ik uiteraard een monsterboekje (paspoort voor zeevarenden), een safety book, inentingsboekje en de nodige certificaten aan de papierwinkel toegevoegd.
Vorige week kreeg ik bericht van Heerema, het was een mailtje met een eerste oproep. Volgens planning vertrek ik in week 8, op maandagavond 18 februari, maar misschien vindt de crewchange al in week 7 plaats. In tegenstelling tot wat ze me op kantoor vertelden kom ik op SSCV Thialf! (Semi Submersible Crane Vessel) Dat is 's werelds grootste kraanschip, met meerdere wereldrecords op zijn naam. Het zwaarste dat ooit op zee is getild woog ruim 11.800 ton (11.800.000 kg, 11.800 fordjes fiesta) en staat op naam van de Thialf. Dat is natuurlijk wel kicken!
In het mailtje staat verder dat ik met het vliegtuig naar Afrika ga om daar op te stappen. De Thialf is nu met een oversteek bezig vanaf de Golf van Mexico. Van betrouwbare (onofficiële) bron heb ik gehoord dat hij eerst richting Nigeria gaat en daarna naar Angola. Waarschijnlijk weet ik meer zodra ik aan boord ben, of misschien al eerder.
Volgende week ga ik nog een keertje richting de Offshore- en havenpraktijk in Rotterdam voor een herhalingsprikkie en een stempeltje. Ik moet ook nog een recept voor malariapillen halen, want die moet ik al nemen op de dag van vertrek, voor de rest wordt het aan boord verstrekt, dat is goed geregeld.
Voor het zover is, geef ik 9 februari nog een afscheidsfeestje. Gezellig wat mensen gedag zeggen, want dan is het bijna zover.
Ik ben in december voor een uitgebreide medische keuring naar Rotterdam geweest, daar heb ik al de nodige vaccinaties gehad. Verder heb ik uiteraard een monsterboekje (paspoort voor zeevarenden), een safety book, inentingsboekje en de nodige certificaten aan de papierwinkel toegevoegd.
Vorige week kreeg ik bericht van Heerema, het was een mailtje met een eerste oproep. Volgens planning vertrek ik in week 8, op maandagavond 18 februari, maar misschien vindt de crewchange al in week 7 plaats. In tegenstelling tot wat ze me op kantoor vertelden kom ik op SSCV Thialf! (Semi Submersible Crane Vessel) Dat is 's werelds grootste kraanschip, met meerdere wereldrecords op zijn naam. Het zwaarste dat ooit op zee is getild woog ruim 11.800 ton (11.800.000 kg, 11.800 fordjes fiesta) en staat op naam van de Thialf. Dat is natuurlijk wel kicken!
In het mailtje staat verder dat ik met het vliegtuig naar Afrika ga om daar op te stappen. De Thialf is nu met een oversteek bezig vanaf de Golf van Mexico. Van betrouwbare (onofficiële) bron heb ik gehoord dat hij eerst richting Nigeria gaat en daarna naar Angola. Waarschijnlijk weet ik meer zodra ik aan boord ben, of misschien al eerder.
Volgende week ga ik nog een keertje richting de Offshore- en havenpraktijk in Rotterdam voor een herhalingsprikkie en een stempeltje. Ik moet ook nog een recept voor malariapillen halen, want die moet ik al nemen op de dag van vertrek, voor de rest wordt het aan boord verstrekt, dat is goed geregeld.
Voor het zover is, geef ik 9 februari nog een afscheidsfeestje. Gezellig wat mensen gedag zeggen, want dan is het bijna zover.
Makkelijker dan mailen..
Via deze pagina's wil ik geinteresseerden op de hoogte houden van mijn stage. Ik zal proberen zo vaak mogelijk een verhaaltje te maken van wat ik aan boord meemaak. Ik ben 'eventjes' ruim vijf maanden uit beeld, dus dat lijkt me wel leuk voor de thuisblijvers. Het is immers makkelijker dan iedereen een mailtje sturen en ik kan evt. hier en daar een plaatje toevoegen als dat mogelijk is.
Mijn eerste stage van minimaal 150 dagen ga ik bij Heerema doen. Zie http://hmc.heerema.com voor wat informatie over dit bedrijf. Ze hebben onder andere 3 grote kraanschepen en 2 sleepboten. Kort gezegd doen ze het volgende: op zee zware dingen tillen (bijvoorbeeld delen van offshore-installaties voor olie of gas) en deze installaties opbouwen of slopen. De slepers verlenen de nodige assistentie in de vorm van anchorhandling en slepen van de kraanschepen of de pontons met het te tillen spul.
Mijn eerste stage van minimaal 150 dagen ga ik bij Heerema doen. Zie http://hmc.heerema.com voor wat informatie over dit bedrijf. Ze hebben onder andere 3 grote kraanschepen en 2 sleepboten. Kort gezegd doen ze het volgende: op zee zware dingen tillen (bijvoorbeeld delen van offshore-installaties voor olie of gas) en deze installaties opbouwen of slopen. De slepers verlenen de nodige assistentie in de vorm van anchorhandling en slepen van de kraanschepen of de pontons met het te tillen spul.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Volg de