woensdag 19 maart 2008

Zwart en wit

In de nacht van dinsdag (11-maart) op woensdag (12-maart) zijn de flareboom en de loopbrug vanaf de bak aan dek gehesen. Ze nemen flink veel ruimte in en beslaan bijna de hele breedte van het schip. De sleper welke deze bak naar ons toe heeft gevaren, vroeg ons of ze konden bunkeren (tanken) bij ons. Nogal vreemd omdat ze dat een paar dagen geleden ook al gedaan hadden. De Russische stuurlui daar aan boord vroegen of ze ook wat afval kwijt konden, ook wat drinkwater in konden nemen en als klap op de vuurpijl of wij hun sludge (drab die overblijft na het schoonmaken van de branstof en smeermiddelen) ook wilden afnemen. Dat laatste was toch net even te gek en dat ging gelukkig niet door. Toen ik hoorde dat ze dichterbij zouden komen, vroeg ik of ik te plekke kon gaan kijken. Aan beide zijden van het schip hebben we op het laagste dek waar je nog buiten kunt staan twee grote trommels staan met slangen, één voor fresh water en één voor brandstof. Deze bak is een gigantische drijvende voorraadtank, het gebeurd dus vaker dat er ingehuurde slepers komen bunkeren. Toen ze eenmaal langszij lagen, werden deze slangen omlaag gedraaid en toen begon het wachten. Net als vorige keer, bleken ze niet de standaard makkelijke koppelstukken te hebben voor de slangen. Die gasten maakten geen haast, dus wij gingen ook nog maar even aan de koffie. Toen het eenmaal zover was mocht ik ook nog wat afsluiters opendraaien.
Woensdagochtend, zo rond koffietijd, keek één van de stuurmannen vreemd op, hij zag buiten iets wat niet klopte. Bij de platforms waar we aan het werk zijn, waren ze weer begonnen met het proces. Dat was toch niet helemaal goed gegaan, want er kwam een gigantische zwarte rookpluim vanaf het waterniveau omhoog zetten. Toch fijn dat we een flink eind verderop lagen, en dat ze het proces stilleggen als we dichtbij komen. Heel apart om te zien, alleen niet echt een fijne gedachte, die troep de lucht in. Waarschijnlijk is er wat fout gegaan bij het ontsteken van één van de flarebooms. Deze zetten ze dan open, zodat het brandbare gas/olie eruit komt. Vervolgens is het de bedoeling dat er een soort vuurpijl wordt afgestoken, welke het zootje in de fik zet. Er is te veel van dat brandbare spul uitgekomen voordat het ontstak. Er dreef dus kennelijk een hele zooi olie op het wateroppervlak en toen er eindelijk iets in de brand vloog, ging het wel heel erg hard. De kapitein was er niet echt van onder de indruk, hij vertelde dat het redelijk normaal is, ook in de Golf van Mexico.
De MOB-boot is ook nog een keertje getest, dit kon mooi gecombineerd worden met het aflezen van de diepgangsmerken. Na een tijdje niks van ze gehoord te hebben, zag ik het bootje langszij liggen bij de Husky. De heren waren gezellig op de koffie, er was ook nog eens een jarige daar aan boord. Toen ze weer gingen varen voor een rondje, ze wilden ook een tijdje op vol gas testen, ging er wat verkeerd. Wat wij vanaf de brug zagen was een constante zwarte rookpluim achter het bootje aan. Ze keerden dus maar snel terug richting de haak. Na nader onderzoek door een machinist blijkt er aardig wat kapot te zijn, door water in de motorruimte (hoe komt dat daar dan?...). Ik heb al meerdere keren machinisten zien sleutelen aan het apparaat. Goed dat dit nu aan het licht komt, en niet tijdens een echte actie. Er werd gezegd dat er over een maand of anderhalf een nieuwe zou komen, maar dat blijkt doorgeschoven te zijn naar het budget van 2009.
Van donderdag tot zondag is het wat rustiger aan dek, en dus ook op de brug. We liggen nog steeds een eindje van de locatie af, te wachten op het schip dat de module vervoert. Er hoeft niet constant iemand achter de knoppen te zitten, het schip houdt zichzelf in positie. Als er echter maar een alarmpje afgaat, dan wordt het meteen gecheckt en verholpen. Ik heb inmiddels weer eens een rondje gelopen met één van de stuurmannen. Best fijn om ook eens wat dingen uitgelegd te krijgen, in plaats van er alleen zelf langslopen en er over na te denken. Volgens mij kent hij het schip het beste, vergeleken met het andere brugpersoneel.
Voor m’n takenboek ben ik flink opgeschoten met de reisplanning naar Curaçao, best leuk om te doen. Ik kijk er erg naar uit om daar aan te komen en het allemaal van dichtbij te zien. Ik heb goede hoop gekregen dat we daar aan de wal kunnen komen. Verder is de klus die we daar gaan doen ook best uniek. We gaan ankeren in de St. Michielsbaai, en niet om één of andere offshore-installatie te bouwen. Twee van de zes thrusters worden daar vervangen, terwijl we ‘gewoon’ in het water liggen. Ik heb al gehoord hoe ze dat ongeveer willen doen, en tegen die tijd help ik waarschijnlijk mee in de machinekamer. Dus daarover tegen die tijd meer.
In de nacht van zondag op maandag is het schip met de module aangekomen. Dit is de Tern van Dockwise, met de welbekende oranje schepen. Zij hebben ook half afzinkbare schepen, om gemakkelijk hele zware, drijvende spullen op dek te kunnen krijgen. Toen ik op wacht kwam, lag deze aan de achtersteven vastgeknoopt. Ik ben het van dichtbij gaan bekijken zodra het licht was. Tussen de kranen zag je niets anders dan een gigantisch stalen pakket met allerlei installaties en machines, dat lekker met de deining mee bewoog. Best imposant om te zien. Er gingen al snel wat surveyors over met de crewbasket, om de meegeleverde containers te inspecteren. Toen dat eenmaal klaar was, werden deze losgemaakt (losgebrand, want ze lassen alles vast aan het dek) en aan boord gezet, evenals de sump pile, waar het te bewerken gas door omhoog komt. Daarna gingen we weer richting installatielocatie, om de sump pile erin te prikken. Dat was eigenlijk zo gepiept. Ondertussen was de Tern ons achterna gekomen, zodat we niet een heel eind hoefden te varen met die module aan de haken. We gingen dus weer die kant op, om dat ding op te pikken. De Tern lag voor anker, met de Husky erachter, om het schip in een handige richting te houden.
Nog voordat we onderweg waren, hoorden we over de VHF (het lulijzer) van de Tern, dat er een crewmember goed ziek was geworden. Iets met één van z’n nieren, en z’n temperatuur was maar 35,2 ° C. Wij hebben een medic aan boord, dus de vraag was of die naar hem kon kijken. Na wat denkwerk over de logistiek werd besloten om de patiënt naar ons te brengen. Hij was nog mobiel en hier aan boord is het eventueel makkelijker behandelen dan daar. De Husky werd dus losgeknoopt, en de patiënt ging onder begeleiding met de loodsladder naar beneden. Eenmaal naast de Thialf werd hij in het midden van de crewbasket neergezet, met een paar anderen om hem heen. Hij werd best hard neergesmakt op het dek, maar goed, hij kon naar de medic. Al gauw bleek deze hem niet te kunnen behandelen, en moest hij naar de wal. Ondanks dat de zorg hier best aardig schijnt te zijn, doe je dat natuurlijk liever niet. De Husky lag inmiddels weer vast achter de Tern, terwijl ze nu net graag wat bagage van de patiënt over wilden brengen. Dat ging dus met de MOB-boot van de Husky. Drie keer raden wie het spul omhoog mocht hijsen, ik dus. De eerste tas woog niks en werd helaas wel een beetje nat, omdat ik niet kon zien of ik nog meer moest vieren of al op moest halen. De tweede koffer was een flinke, dat was dus lekker zweten. Deze keer niet geen nattigheid, en toen ik ze boven had meteen naar de vertrekruimte voor de helicopter gelopen. Daar zaten ze te wachten op een heli. Die kerel (een rus) zag er erg beroerd uit, ik denk niet dat hij veel mee heeft gekregen van wat er precies is gebeurd. Z’n collega die met een mee zou gaan zag m’n bezwete hoofd en bedankte me vriendelijk. Het laatste nieuws is dat hij ontslagen is uit het ziekenhuis en onderweg zou moeten zijn. Wat er van die laatste info klopt, is maar de vraag, want ze zijn niet te traceren. Het bleek trouwens een nierkoliek te zijn, nadelige bijwerkingen van een vastzittende niersteen.
Dan weer even terug naar het werk waar we eigenlijk mee bezig waren. Ik mocht op tijd van wacht af, omdat het spannende gedeelte waarschijnlijk ’s nachts zou gebeuren. Ben maar eens even bij het zwembad gaan liggen, prachtig mooie plek om de Tern steeds dichterbij te zien komen (zie bordje op de foto). Ook om even bij te bruinen, ik ben natuurlijk nog winterwit. Toen ben ik gaan pitten en rond 03.30 werd ik gepord. Ze lagen alweer een tijdje vast, het geheel was losgesneden en het ballasten was in volle gang. Het daadwerkelijke loskomen van de module gebeurd niet door de blokken (haken) omhoog te halen, maar door te ballasten. Eerst wordt er zodanig geballast dat we een eindje voorover liggen, vervolgens trekken de kranen het geheel iets aan en komen we weer achterover. Dan weer ballasten zodat de achterkant omhoog komt en het gewicht er in komt. De Tern werd op koers gehouden door de Husky, wederom met eigen anker vast. Of nouja, vast… Niet echt, bleek toen we op het survey-scherm zagen dat de kont van dat ding richting een zootje pijpleidingen op de bodem bewoog. Gelukkig waren we op tijd vrij, zodat de Husky kon stoppen met trekken en de Tern vooruit kon varen. Nog een scheepslengte verder en de ankerketting had wel over een pijpleiding gelegen. Zij gingen er dus snel vandoor, richting het veilige gebied. De Thialf ging toen richting locatie met 0,4 m/s. Das niet echt rap, maar dat hoeft ook niet. Ik mocht dit stukje achter de knoppen zitten, om de snelheid ongeveer gelijk te houden en af te stoppen voor de 500 m-zone. Best kicken, ook al doet het systeem eigenlijk al het werk. Het systeem werkt met drie bewegingsvrijheden: zijwaarts-voorwaarts/achterwaarts-koers. Ik regelde nu alleen de achterwaartse beweging. Vlak voor de 500 m-cirkel ging hij volledig automatisch (alledrie de componenten dus) en dan meer richting jacket.
Het plaatsen was weer snel gebeurd, ik kon het mooi vanaf het achterdek volgen. Toen de module eenmaal vast stond, zag je meteen de bewegingen van de Thialf weer, de installatie staat immers vast. Heb toen een tijdje bij één van de kraanmachinisten gezeten, om het losmaken van dichtbij te volgen. De slings (stroppen, of nog makkelijker: stukken staaldraad waarmee de module op werd gehesen), werden er aan dek afgehaald. Voorlopig was dat de laatste keer dat het blok (de haak) aan dek zou staan. Ik dus op aanraden van de kraandrijver naar beneden en hij vanuit de cabine foto’s maken. Uiteraard ook nog even het populaire ‘poseren-voor-het-blok-plaatje’ geschoten vanaf dek, met twee Maleisiërs van dek. Die moesten even daarvoor nog hard lachen toen de kraandrijver niet op hun commando’s reageerde omdat hij buiten z’n cabine stond om een fotootje van mij te schieten.
Goed, dat was het weer voorlopig, het is weer een heel verhaal. Blijf vooral reageren! De antwoorden op de gestelde vragen zal ik ook eens bij elkaar gooien.

dinsdag 11 maart 2008

Zone phortyfive

Jaja, daar ben ik weer! Nog steeds op dezelfde locatie, de klus is immers voorlopig nog niet af. De laatste verlengstukken van de piles zaten er vrijdagochtend op en ze zijn een heel tijd bezig geweest met laswerkzaamheden. Op de brug wordt het weer goed in de gaten gehouden. Niet alleen door de ‘meteoroloog’, maar ook door de stuurmannen. Vooral hogere deining en squalls (buien, gepaard met aardige windstoten) zouden een probleem kunnen zijn. De chief mate zag laatst een buitje aankomen van ver, met wat meer wind. De meteoroloog had dit nog niet echt door, dus die sprong meteen in het gareel toen hij er weet van kreeg. De wind is al gauw spelbreker, vanaf 20 knopen wordt het al gevaarlijk voor de werkzaamheden, terwijl dat eigenlijk geen zak voorstelt.
Dat het best krap steekt, blijkt wel uit het volgende. We liggen op dezelfde positie, enkel met behulp van de thrusters. Donderdag werd er in verband met het plaatsen van de piles gevraagd of we een meter of 10 naar bakboord wilden verplaatsen. Dat is richting een stuk of vijf bestaande installaties. De mannen van de survey (met de gedetailleerde plannen van het project op een computerscherm) zetten dan een kopietje van de Thialf in de nieuwe positie, om te kijken of het past, en tot waar we moeten moven. Ik werd naar buiten gestuurd met een radiootje om te checken of we echt niet te dicht bij de flareboom zouden komen. Dat is simpel gezegd een uitstekend stuk pijp, waarmee een deel van het geproduceerde gas wordt afgefakkeld. We lagen daar uiteindelijk minder dan 20 meter vanaf, al was het moeilijk in te schatten. Gelukkig staan die dingen uit, haha. Die vuurtjes zijn zo intens dat je op een afstand van 50 meter nog geroosterd word.
De kleine crewbootjes varen hier af en aan, ik vraag me steeds af waarom al die gasten zo vaak heen en weer moeten tussen de platforms. De bestuurders van de bootjes praten als piloten: ‘stand-by number 5, roger-roger’. Er zijn ook al eens wat lokale suppliers (bevoorradingsboten) langs geweest om wat af te zetten of op te pikken. Heb een keer staan kijken op de brug, terwijl ik de communicatie volgde tussen de dekploeg van dat bootje en onze kraan. ‘DOWN, DOWN, DOWN!!!’ – veel meer zeiden ze niet terwijl het containertje wel erg ver op richting achterschip op het dek belande. De mannen op onze eigen slepers hebben het truukje duidelijk beter door. Vrijdag kwam er weer nog zo één langs om wat op te pikken, bleek hij tijdens het overzetten eigenlijk helemaal geen plek te hebben op z’n dek, lekker snugger.
Spullen hebben ze hier toch wel, niet alleen veel bootjes, maar ook een eigen in-field helicopter, die staat ’s nachts op het helideck van het platform naast ons. Dat apparaat is gloednieuw en al best vaak geland op ons helideck. Soms enkel voor een custom-clearance voor één van de lokale scheepjes die spullen en mensen voor ons vervoeren. Gaat helemaal nergens over. Ik kan waarschijnlijk wel een keer meehelpen met de Helicopter Landing Officer, als er eentje aankomt. Ziet er best interessant uit.
De quartermaster (het hulpje van de safety-officer) is al een paar dagen bezig met het testen van de brandmelders. Dat zijn er nogal wat, gelukkig hoeven ze niet allemaal te worden getest. Ik zit dan bij het alarmpaneel op de brug, om de alarmen snel weg te drukken en te verifiëren voordat het algemeen alarm echt afgaat. Uloh (spreek uit oeloeh) de quartermaster is een grappig klein mannetje, die wel weet waar hij het over heeft. ‘Yes Bob, going to rigger store now, zone portyfive’. Dan weet ik ten minste wat ik kan verwachten. Hij gaat met z’n hulpje langs alle melders, met een rookpotje. Gelukkig is hij niet de hele dag bezig, want er gaat best veel tijd in zitten.
Toen de swell wat hoger was van de week, zijn enkele trossen welke de bak langszij houden gebroken. Deze werden weer gerepareerd door een aantal Maleisiërs, even twee eindjes aan elkaar splitsen of een nieuw oog maken. Ik kreeg door dat ze daar mee bezig gingen, dus ik heb ze opgezocht om ze te helpen en wat van ze te leren. Mooie mannetjes, ze vonden het best leuk dat ik kwam helpen. De meesten zijn superklein en wegen misschien 50 kg, maar als je ziet hoe ze soms bezig zijn, moeten ze nog best sterk zijn. Sommigen moeten wel echt aan het werk gezet worden, anders gebeurd er niet veel. Het schijnt dat die gasten erg weinig betaald krijgen, omdat er veel geld blijft hangen bij de bureau’s waar ze staan ingeschreven.
Vrijdag ben ik met pikheet (koffietijd) even een broodje naar één van de kraandrijvers wezen brengen. Dat stelde hij wel op prijs, zij zitten ergens hoog en ver weg van de alle koffietafels. Daarna ben ik nog even langs de hammer-control room geweest. Ze waren bezig met het heien van de laatste pile, dus daar moest ik natuurlijk nog even snel langs. Ze hadden voor het laatste stuk de grotere hammer gepakt, deze worden hydraulisch aangedreven. De leidingen hebben een doorsnede van ongeveer 20 cm, kun je nagaan wat daar doorheen gaat, onder een druk van ongeveer 250 bar. Ze hadden nog bijna brand gehad in de powerpack-room. Dat is de ruimte waar een stuk of 12 kleine motoren staan welke de hydrauliekpompen aandrijven. Eén van de machinisten vertelde me dat hij bij een controlerondje merkte dat één van de hydrauliekleidingen lekte, hij had dus snel verteld dat ze af moesten gaan bouwen en niet in ene stop zetten omdat dit de lekkage zou vergroten. Na een tijdje afbouwen zag één van de oliers (smeermiddelmannetjes) vlammen, die ragde meteen op de noodstop en gelukkig bleef het daar bij. De machinist deed er vrij nuchter over, maar vertelde erbij dat het hok al een keer was afgefikt.
Zondag en maandag ben ik nogmaals langs alle peilbuizen gegaan, dit keer met een expert. Hij is aan boord gekomen voor een inclinatietest, kort gezegd heeft dat te maken met de stabiliteit van het schip. Omdat er zoveel versleuteld is aan dit schip- er zijn echt honderden tonnes bijgekomen, is er flink wat veranderd aan de oude waarden. Om gewichtsgegevens te bepalen moet er zo precies mogelijk worden vastgesteld hoeveel massa zich in de tanks bevindt. Dat gebeurd door middel van peilen, een lang peillint wordt op het niveau dat de sensoren aangeven ingesmeerd met waterfinding paste. Dat spulletje kleurt roze, en als je het op de goede plek hebt gesmeerd, dan weet je na één keer peilen vrij precies hoeveel er in zit. Er klopte meerdere keren geen reet van, dus soms moest dat lint er meerdere malen in. De tekening die ik vorige keer heb gebruikt om bordjes te plakken bij de pijlbuizen, blijkt ook niet helemaal te kloppen. Alle 42 peilbuizen voor ballastwatertanks heb ik nu meerdere keren gezien en ik weet ze ondertussen goed te vinden. Ik begin zelfs lichtelijk peilbuizenmoe te worden, hahaha. Hoort er bij, over een paar weken moet het waarschijnlijk weer. Ik ben allang blij dat het niet dagelijks moet gebeuren.
Maandagochtend hoorde ik dat de MOB-boot (Man OverBoord boot) getest zou worden. De heren machinisten en de safety-officer hadden niet veel vertrouwen in het apparaat, omdat hij al twee jaar niet gebruikt is en vanaf nieuwbouw (halverwege ’80) al buiten hangt. Op zich zijn de noodzakelijke dingen wel gedaan, behalve frequent testen. Dat werd dus weer een keer tijd. Ik ging maar eens kijken, hoe ze zich aan het voorbereiden waren. De Husky standby in de buurt, wat gereedschap mee en de klant gevraagd om toestemming. Ze vroegen mij de handrem te bedienen waarmee het ding (gecontroleerd) naar beneden gaat. Eenmaal op het water beland, startte het bootje en ze gingen er vandoor. Hij bleef het doen en ze gingen als een speer. ’s Middags ging de volgende wacht nog een keer testen, drie keer raden wie er ook mee mocht. Ik dus, met de 2e stuurman mee (allebei als een kind zo blij, hahaha), de safety-officer, een machinist, een rigger en een dummy in die oranje augurk naar beneden. Best even spannend, ook al lagen we in ballast (lekker laag dus), zeker als je de safety ook zenuwachtig ziet kijken. Eenmaal op het water heerlijk gevaren in het zonnetje, met de 2e aan het roer. Het zeetje was heerlijk vlak, alleen een beetje zeegang. Even naar de Husky heen en weer, welke een halve mijl verderop lag. Halverwege werd de dummy overboord gegooid, welke later op de proffesionele (ehum) manier dichterbij werd gehaald met de pikhaak. Ik mocht natuurlijk ook even spelen, dus nog maar een keer heen en weer tussen de Husky en de Thialf. Wederom imposant om het grote gevaarte van onder te bekijken. Vanaf dek zie je minder goed hoe groot het eigenlijk allemaal is. Helaas begon toen de ouderdom van het bootje op te spelen. Het acculampje ging branden, de voltmeter gaf minder aan dan eerst en even later deed geen van de drie metertjes het meer. Het motortje draaide gelukkig nog prima, maar voor de zekerheid toch terug gegaan richting Thialf. De machinist wilde het risico niet nemen. Jammer, want we waren maar net begonnen en de Husky lag toch dichtbij. Maarja, toch best tricky als je niet kan zien of het motortje niet te heet wordt ofzo. Het was nog best lastig om die augurk netjes onder de launching hook te krijgen en weer in te haken. Die jojo’s aan dek hadden de haak iets omhoog gedaan en die kregen we niet meteen vast. Omhoog aan die staaldraad was toch iets spannender dan omlaag, lekker zwieren met dat ding. Toen ik ’s avonds na het sporten nog even buiten liep, zag ik dat er een electrician bezig was achter het instrumentpaneeltje, dus ik meteen even kijken (en ouwenelen). Waarschijnlijk is het niks ernstigs, wat losse contacten enzo, volgens planning gaat hij binnenkort wel weer te water.
Dinsdag hebben de mannen aan dek het jacket klaargemaakt voor de volgende stap. Volgens planning komt de topside (module welke op de jacket komt) de 16e aan. Deze kan er in principe nu al bijna opgeplaatst worden. Vandaag is nog een sleper met een bak aangekomen, hierop ligt een flareboom (je weet wel, zo’n fakkel) en een loopbrug klaar. We zijn aan het begin van de avond uitgemoved en deze twee onderdelen zullen waarschijnlijk morgenochtend wel aan boord zijn gehesen. Ze blijven dan aan dek staan tot we de topside hebben geplaatst.
Het is de laatste dagen wat regenachtiger geweest. Af en toe flink grijze wolken en er is één zeer flinke bui geweest. De speciaal ingehuurde weerman die we aan boord hebben kijkt eigenlijk meer op z’n computer dan naar buiten, tot ergernis van de stuurmannen. Nu hij weet hoe wij gebruik maken van de radar om te zien wat de buien doen, vraagt hij vaak of ik deze even af wil stellen zodat we de buien goed in de gaten kunnen houden. Regen op zich maakt weinig uit, maar de wind die dan vaak opsteekt is lastiger. Vanmiddag waren we de donkere wolkenmassa’s weer in de gaten aan het houden, toen de 2e stuurman opeens over tornado’s begon (met een gekke bek). Wij snel kijken, bleek er op een mijl of 3/4 een windhoos te zitten. Je weet wel, dat is zo’n stofzuiger die vanaf het wolkendek naar beneden reikt. Best apart om te zien, jammer dat het geen waterhoos werd. Tot zover de laatste aflevering van de serie ‘spannende verhalen’ van Bob.

En oja: bedankt voor de reacties! Leuk om te lezen!

dinsdag 4 maart 2008

Natte voeten

Inmiddels zijn we vlak bij de Hermod geweest en van sleepboot verwisseld. Zij zijn hier ook in de buurt bezig. Er zijn (maar) 4 koelcontainers met nieuw eetwerk binnengekomen. Ik heb zelf nog even in de vriescontainers gestaan (-15˚ C), de kok nam me mee voor een rondje. Veel lege schappen en stellages, welke dus bijgevuld werden door het Maleisische kombuispersoneel. Heb nog even staan helpen, met een warme jas aan naar binnen. Die gasten waren aan het knallen zeg, met die zware pakken vlees enzo. Dik ingepakt leken het net eskimo’s.
Er is woensdag ook een bak langsgekomen met allerlei gereedschap erop, dat is inmiddels overgeladen en staat netjes aan dek te wachten. Dingen als ILT’s (soort klemmen om de heipalen aan op te hijsen) en hydraulic hammers (gigantische heihamer) enzo. Mooi om te zien hoe ze die bak vastknoopten.
Van één van de stuurmannen moest ik de peilbuizen voor de ballasttanks opzoeken. Dat zijn er 42 door het hele schip. Dus daar ben ik wel een tijdje mee bezig geweest, ondanks dat ik een kaartje met locaties mee had. Gelukkig is de boel symmetrisch. Ik moest ze controleren op gangbaarheid, i.v.m. mogelijke peilingen die dan snel kunnen worden genomen. Natuurlijk een taak voor de stagiair, dan leert hij meteen het schip beter kennen. Bij het opendraaien van één van die pijlbuizen onderin het schip, heb ik dus flink natte voeten gekregen. Er hoorde geen water uit te komen werd me op de brug verteld, gelukkig kreeg ik hem redelijk snel weer dicht. Nu doe ik het veel voorzichtiger, er lag nogal een flinke plas in die ruimte.
Wat werkzaamheden op de brug betreft, word ik vaak ingezet om te zorgen dat de zenders van de verschillende referentiesystemen voor het positioneren op de juiste plaats zijn. Verder heb ik een klein reisplanninkje gemaakt naar locatie en ben ik een stapel kaartverbeteringen aan het wegwerken. Ik heb een beetje meegeholpen met ballasten en ik kijk mee tijdens het precisie manoeuvreerwerk.
We liggen nu tussen/in/boven Takula oil field, en zijn omringd door installaties, rigs en flares (megafakkels waarmee een deel van het geproduceerde gas wordt weggefikt). Er zijn nieuwe mensen aan boord, o.a. om het geheel voor de klant in de gaten te houden. Daarnaast ook meteolui, het moet namelijk geen slecht weer worden. Het zeetje is vanaf de thialf gezien heerlijk vlak. Misschien een half metertje swell. Die meteolui hebben een boei welke golfgegevens opneemt en doorstuurt. Die moest in een bepaalde positie worden neergezet. Dat gebeurde met behulp van de Husky, en ik mocht meehelpen van de heren op de brug. Ik dus met één van de weermannen mee met de boei om deze vanaf de Husky te prepareren en overboord te zetten. Natuurlijk weer met de crew basket door de lucht, da’s echt prachtig om te doen. Vanaf de Husky was de swell wel duidelijk merkbaar. Toen de boei overboord was gezet heb ik even met één van de machinisten een rondje gedaan door de machinekamer. Ik vroeg of hij me wat wilde laten zien en dat wilde hij wel. Ook erg gaaf om te zien, en wat een extreem verschil met het grote gevaarte.
Er zijn ook wat mensen die de communicatie voeren met de installaties. Daar waren namelijk weer mensen van ons bezig met de systemen en apparatuur om precies op de goede plek te komen en daar te blijven. Zij moesten een nacht op de installaties doorbrengen, omdat nachttransport niet mogelijk was.
Toen ik zaterdagochtend op wacht kwam, waren we al redelijk dichtbij de installatielocatie. De bak met het jacket (de fundatie, zegmaar) en heipalen lag al onder de kranen afgemeerd. Ik heb weer even meegekeken met het ballasten nadat ik wat plaatjes had geplakt bij de peilbuizen voor de ballasttanks en toen werd me aangeraden om het gebeuren weer vanaf dek te volgen. Ik ben toen naar de cabine van de bakboord kraan gegaan, daar zat één van de kraandrijvers wie ik al eerder had gesproken. Aardige kerel. Ik had een radiootje mee omdat ze me vanaf de brug zouden roepen als één van de zenders op de bodem gezet moest worden. Ze riepen me ruim op tijd op, ben toen naar beneden gegaan richting zender. Ik heb superlang bij dat liertje zitten wachten, had beter wat langer aan dek kunnen blijven om het geheel te volgen. Vanaf het weatherdek, het laagste dek waar je nog naar buiten kunt, zag ik de bestaande installaties langzaam steeds dichterbij komen. Veel van de Afrikaanse werknemers hingen over de reling te kijken naar de Thialf. Volgens mij zag ik in een flits een zootje haaien bakkeleien in het water, of in iedere geval grote vissen. Natuurlijk net te laat met de camera. Toen de zon eenmaal doorbrak werd het weer flink heet, zeker meer dan 30 graden. Er was bijna geen wind en er stond een klein zeegangetje, zo ongeveer als vanaf het begin. Af en toe staat er wat meer deining, en het waait ook wel eens wat harder en soms een klein beetje regen, maar tot nu toe is het weertje best consistent hier. Zondag was het redelijk helder, en konden we de kust zien, ook al is die een aardig eind weg. Jammer dat ik bijna geen indruk krijg van de landen hier, maar goed, dat spreekt weer tot de verbeelding.
Als het goed is, ben ik voorlopig klaar met die peilbuizen. Samen met de 2e machinist heb ik geprobeerd de resterende zes vastgerotte soundingpipes geprobeerd te openen. Heet stoken, rammen met een hamer en een grote pijpsleutel erop om lekker veel kracht te kunnen zetten. Nu nog zitten er drie muurvast, dat wordt professioneel doorgeschoven naar de mechanics. Deze mensen zijn de handige helpers voor de machinisten, veel Maleisiërs, maar ook een paar Hollanders.
Zaterdag werd ik na het avondeten weer door de kok meegenomen, naar de inmiddels volgestampte koel- en vriesruimten. Waar je vorige keer nog kon squashen binnen, hadden we nu maar paadjes van maximaal 40 cm breed. Ik stond versteld te kijken. Van bitterballen tot een zootje teilbotten (grootste was 35 kg!), van een schap vol kazen tot ananassen van meer dan 5 kilo. Er is in totaal voor zo’n twaalf containers aan opslagruimte.
Waar we niet veel meer van hebben zijn bonded stores, (toiletartikelen en tabak, dat soort spul). Ik vroeg vandaag aan de man die daar over gaat of ik een beetje douchegel kon scoren, ik kwam terug met een waterflesje van een liter met handzeep, hahaha. Ruikt ook best lekker.
Ik leer de mensen steeds beter kennen. Er zijn hier zoveel verschillende functies, best makkelijk als je weet wie je waarvoor aan kunt spreken. Nu de meeste mij ook een beetje kennen, zijn ze erg behulpzaam. Niet allemaal natuurlijk, maar dat merk ik gauw genoeg.
Maandag zijn we begonnen met het plaatsen van de piles (heipalen). Deze zakten alle vier al een meter of drie de zeebodem in, vanwege het eigen gewicht. De Thialf moest elke keer bij het oppakken van een pile uitgemoved worden (gecontroleerd een meter of 60 terug varen), om daar de piles van de bak af te pakken met beide kranen. Ik kon wederom elke keer de transponder omhoog halen en weer laten zakken. Dan moeten de kraandrijvers de piles verticaal zien te krijgen. Daarna het moeilijkste: goed richten om ze in de jacket te prikken. Niet echt makkelijk, want het spul staat onder een hoek. Maandagavond na m’n wacht heb ik nog weer even bij één van de kraandrijvers in de cabine gezeten tijdens het heien. Prachtig figuur, ik lach me kapot om die kerel, echt typisch.

Ik vermaak me hier nog best. Veel van de stuurmannen zitten alweer te piepen dat ze naar huis willen, ik moet nog even....ehum



Grote groeten,

Bob




p.s.: Als je een reactie kwijt wilt, graag! Klik op '(.)reacties' onder een bericht, dan opent zich een scherm met een venstertje waar je wat kan tikken. Er staat ook een aantal letters, welke je invult in de balk eronder, woordverificatie heet dat. Vervolgens kies je voor naam/url of anoniem en druk je op reactie publiceren.